Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 27 - Gerrit Achterberg: Moeder (2)

maandag 03 juli 2017

Ik zat met moeder aan de haard, zij breide
en ik deed niets dan sigaretten roken.
Ze zei: jongen, je moet niet zoveel roken;
je moet er vanaf morgen mee uitscheiden.

Ik ben het haardvuur nog wat op gaan stoken;
horende hoe het zachtjes in mij schreide,
omdat het niet kon worden uitgesproken,
wat zich vlakbij voor eeuwig wou bevrijden.

1941


Zie ook hier en hier.

In de eerste strofe denk je nog met een beginnend dichter te maken te hebben. Spreektaal, twee regels achter elkaar met hetzelfde rijmwoord
roken, breide kreupelig laten rijmen op uitscheiden... 

Maar dan die twee strofe. Dezelfde rijmklanken, maar nu wel sterk gebruikt. Waarom staat er:
Ik ben het haardvuur nog wat op gaan stoken? Misschien wel omdat de warmte volledig ontbreekt in die eerste strofe, die dus toch bewust zo is opgebouwd.

Er is geen liefde tussen moeder en zoon; alleen maar haar commentaar op zijn gedrag. Dat doet hem verdriet, maar dat houdt hij voor zichzelf. En dat zal zo blijven
omdat het niet kon worden uitgesproken, wat zich vlakbij voor eeuwig wou bevrijden. Moeders en zonen blijven immers samen. Ja, er staat wou en niet zou.

Archief 2017