Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 26 - Gerrit Achterberg: Kindergraf

zaterdag 01 juli 2017

Hier ligt het grafje met de zoden glad.
Het is het sluitstuk na een kort ontwaken:
een meter aarde om gelijk te maken,
wat voor een ogenblik verheffing had

tegen een moederarm, niet meer dan dat.
En beide armen langs het lichaam slaken
en denken, denken: waar moet ik geraken
met kinderstoel, commode, wieg en bad?

Ruimteverlies in rekening gebracht
voor doodskist, lijkkoets en gemeentegrond.
Mijn hart krimpt samen als ik overweeg

hoe alles om mij heen voldoening kreeg.
Ik loop met een paar volle borsten rond,
die men nu langzaam leeg te kolven tracht.

1947


Nog niet één keer over Gerrit Achterberg (1905-1962) in deze rubriek. De komende dagen zijn voor hem. Auteur van klassiekers en daar zal ik morgen een voorbeeld van geven. Intrigerende dichter als het over vrouwen gaat. Alsof hij dat wezen - van moeder tot minnares - maar niet doorgronden kon. Ook in bovenstaand sonnet... Welke moeder denkt aan het graf van haar pasgeboren kind na over waar zij moet geraken met kinderstoel, commode, wieg en bad? Niet een! En welke pasbevallen vrouw denkt op dat moment aan te kolven borsten? Zij laat de moedermelk liever stromen als eerbetoon aan het zo gemiste kind. Wat kan het haar allemaal nog schelen? Haar kind is dood.

Empathie, dat is wat je in veel gedichten van Gerrit Achterberg mist, terwijl je in veel regels leest hoe hij naar de warme armen hunkert, waar hij tegelijk zo bang voor is. Juist die afstandelijkheid maakt zijn werk zo fascinerend. Net als de dichter zelf natuurlijk, want er was wel iets met hem aan de hand.

Toen hij 19 jaar oud was, ontmoette hij Cathrien van Baak. Liefde voor altijd? Nee, toen ze net verloofd waren, ging hij ervandoor met Bep van Zalingen. Bep verbreekt de relatie in 1933, omdat hij haar mishandelt. Achterberg koopt een pistool, maar vlak voor hij haar letterlijk en figuurlijk kan treffen, arresteert de politie hem. Men brengt hem over naar een psychiatrische inrichting: de Willem Arntszhoeve in Den Dolder. In 1934 komt hij vrij. Hij ontmoet Roelie van Es. Nieuw liefdesgeluk? Hij schiet in 1938 zijn geliefde dood en verwondt haar dochter. Gevolg: TBS. In 1943 komt hij vrij en herontmoet zijn eerste liefde: Cathrien van Baak. In 1946 trouwen zij en in 1947 raakt zij zwanger. Achterberg reageert zo emotioneel op dat geluk dat hij opnieuw moet worden opgenomen. In augustus wordt hun kind geboren, maar... het leeft slecht enkele uren. Dan schrijft hij bovenstaand gedicht.
Achterberg overlijdt aan een hartaanval op zijn 57ste. De TBS-verklaring is in 1955 ingetrokken. Cathrien staat in 1962 aan zijn graf. 

Gerrit Achterberg in de collectie van Frank Verhallen

Archief 2017