Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 25 - Anna Enquist: Verjaarsbrief

vrijdag 23 juni 2017

Gerrit, ik schrijf je het wordt lente
er ligt bros ijs op de tafel - gaan we

dit jaar weer van rotsblokken springen,
vrolijke rookvanen wegblazen, verdwenen

dichters bezingen? Nu, het wordt lente,
het schrijnt waar zij weggescheurd werden,

de onzen, we staan nog te trillen; veel
vocht verloren, pijn onder de kleren.

Het verborgene vlijtig meten in regels,
met timmermansoog, daarover spreken.

Jij woont in je tachtigste lente, we zwijgen.
Ik schrijf je. Het laatste adres is bekend,

onze postnummers staan al gekerfd
in de steen. De woorden steeds dunner,

de rook op z'n ijlst, op z'n best.
Ik schrijf je. Daar gaan we heen.

2003


Zie ook zondag, maandag, dinsdag, woensdag en donderdag. Dit is de laatste bijdrage over Gerrit Kouwenaar. Dit naar aanleiding van de twee prachtuitgaven van Anna Enquist die vorige week verschenen: een bloemlezing uit dichters werk en een boek met herinneringen van haar aan hem.

Anna Enquist in Een tuin in de winter. Herinneringen aan Gerrit Kouwenaar:
Een enkele keer haalde ik Gerrit nog wel eens op om naar Zorgvlied te gaan. Onze dochter ligt daar bij Paula om de hoek. [...] We stonden er [...] maar een beetje en keken bij Paula naar de grijze, spitse bladeren van de lelies en bij ons kind naar de kleurenzee van bloemen die haar en onze vrienden daar nog steeds neerzetten. Later zouden we allebei zelf hier komen te liggen, dat wisten we al zeker, kijk maar, onze namen staan al op de steen. Het was een bizarre gedachte. Ambivalent ook: enerzijds prettig, fijn dicht bij elkaar in de buurt, maar anderzijds angstaanjagend en wel erg definitief. [...]
Gerrit zou tachtig worden, een hele groep dichters kreeg van uitgeverij Querido het verzoek een gedicht voor hem te maken zodat hij een mooie bundel als cadeau zou krijgen. De hele middag heb ik besteed aan het zoeken naar dat boekje. Hoe het eruitziet weet ik nog: zilver met donkerblauwe letters. Ik kan het nergens vinden. Toch moet het er zijn, zoiets geef ik niet weg. Het is ergens, maar onbereikbaar. Wat ik voor hem schreef heb ik hier voor me liggen, maar ik zou zo graag weer eens lezen wat de collega-dichters voor hem maakten. Werkelijk het hele huis doorzocht. Feestbundels gevonden voor Remco, Jan Eijkelboom, Rudi, Leonard Nolens, Anton Korteweg. Maar niet voor mijn beste dichtersvriend. Een raadsel.


Hier vond ik het gelukkig wel. Anna Enquist bij haar thuis inmiddels ook.
 

Archief 2017