Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 24 - Ronald Snijders: Het gezeik en gezever...

vrijdag 16 juni 2017

Ik kan niet veranderen wie ik ben
Kleine taille, dikke billen
Een volkomen onbegrepen insect

Ik blijf mezelf, dat is heel belangrijk
De man met vier gezichten
De piemelpoliticus

Verschillen maken ons sterker
De neus heet niet voor niets 'neus'

2016


In zijn theatershow
Trui (2000) zet Hans Teeuwen zijn publiek op het verkeerde been met onderstaand gedicht, ingeleid met de woorden dat hij een gedicht heeft geschreven dat dieper gaat dan de lach en misschien wel dieper dan de traan. Dan declameert hij:

Langs de schaduw van jouw wanhoop
Overwoekert het besluit
Door de storm, nog niet bedwongen
Slechts de tranen op de ruit
Geeft de leugen je geen vleugels
Raakt de waarheid in de war
Dan zijn de keizers nog slechts helpers
En huilt de oude nar

Er volgt een applaus van ontroering. Na nog even te zijn doorgegaan op dit kwetsbare moment, zegt hij:

Is er iemand in de zaal die enig idee heeft waar het over ging? Ik ook niet! Ik zal je zeggen wat ik gedaan heb: ik heb puur voor de gein een aantal pseudo-poëtische zinnetjes een beetje achter elkaar gezet. De lelijkste zinnetjes die ik kon verzinnen, echt waar. Voor de grap. En het slaat echt helemaal nergens op! Maar dan toch, heel frappant - dat die hele zaal hier muisstil wordt en die bagger beloont met applaus! Dat is dan mijn publiek. [...] Er ging zelfs niemand grinniken toen ik zei: 'Ik heb een gedicht gemaakt dat dieper gaat dan de lach, misschien wel dieper dan de traan.' [...] Ik krijg dus applaus voor die troep! En dan denk ik: oké en al die andere applausjes dan? Heeft dat nog iets te betekenen? 

Lange inleiding op het gedicht van vandaag, volledig getiteld: Het gezeik en gezever van een postbezorger. Of nee, het is geen gedicht. Voor het Parool zet absurdist Ronald Snijders (1975) elke zaterdag een aantal landelijke krantenkoppen van de voorbije week onder elkaar. Een keuze uit die Kopdichten is nu gebundeld.

In een interview over deze bundel (Boekenkrant, mei 2017) las ik:

Snijdert vertelt dat hij al van tevoren had besloten dat de bundel rock-'n-roll moest worden. "Dat is goed voor de toegankelijkheid. Zodra je bij het lezen denkt dat je een kopdicht snapt, moet er een zin komen waardoor het honderdtachtig graden draait. Je moet even door elkaar geschud worden. Een gedicht moet het prettige gevoel geven dat het ergens 'klopt', maar je moet het niet helemaal snappen. Literatuur bekijft beter als er iets van een mysterie om blijft hangen."

Ik schrok. Het zal toch niet zo zijn dat Snijders zijn geknutsel serieus neemt? Maar verderop in het interview staat: 

Snijders ontregelt niet alleen in deze bundel, het is een rode draad door al zijn werk. [...] Als voorbeeld van een conventie die doorbroken wordt, noemt hij de niet-Kunstmanifestatie die een paar jaar geleden door een aantal van zijn vrienden is georganiseerd. "Ze lieten zowel kunstenaars als niet-kunstenaars voorwerpen inzenden die in hun ogen geen kunst waren en die werden vervolgens tentoongesteld. Voor mij is die tentoonstelling een van de grootste kunstwerken van de afgelopen jaren. Als je een willekeurig voorwerp in een kunstzinnige omgeving plaatst, wordt het kunst. Slechte kunst weliswaar, maar toch kunst. Dat vind ik een interessant gebied."
Zo is het volgens Snijders ook met de Kopdichtbundel. "Mensen denken dat ze een dchtbundel lezen, want het ziet er zo uit, met de correcte bladspiegel. Maar het is een soort fuck you. De teksten zijn alleen verkleed als gedichten. Het zijn natuurlijk gewoon krantenkoppen.

Dus toch de Hans Teeuwen-truc toegepast. Waarom hij dan elders in datzelfde vraaggesprek over het declameren van gedichten zegt: Poëzie wordt voorgelezen alsof de woorden zoveel belangrijker zijn dan een doodschappenlijstje?- dat snap ik dan weer niet. 


 
 



 

Archief 2017