Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 23 - Hans Dorrestijn: Pas geteerd

dinsdag 06 juni 2017

Beluister hier:
Joost Prinsen, 1979 (melodie: Harry Bannink)
Hans Dorrestijn & Martin van Dijk, 2000 (melodie: Martin van Dijk)
[*]
Jelle Amersfoort, 2009  (melodie: Harry Bannink)

Begin van de lente -schitterend weer:
de vogels die gingen als gekken tekeer!
De wereld in bloei - het was lente en hoe!
Ik reed nietsvermoedend op de fiets naar je toe.

De meidoorn geurde, ik neuriede zacht
en glimlachte telkens als ik aan je dacht.
Wie zou er niet lachen: een prachtige dag!
Hij zou er wel gek zijn die de zonzij niet zag.

De Savornin Lohman, zo heette die laan.
Ik zag er een wals en een teerwagen staan.
De wegwerkers zwoegden en zongen een lied.
Wat er stond te gebeuren, dat wisten ze niet.

Zij liet mij niet binnen! Ik stond verstomd
toen zij zei: "Het is beter dat jij hier nooit meer komt."
De asfaltlaag walmde in het scherpe licht
en zij deed voor altijd de deur voor mij dicht.

Ik liep over het tuinpad, nog steeds klong gezang -
het ging over een blondje met een kuil in haar wang.
De Savornin Lohman, met het bord 'Pas geteerd" -
die dag, jaren geleden, ging alles verkeerd.

In luttele seconden was alles voorbij;
de lente, de liefde bestond niet voor mij.
Ik vocht met mijn tranen in een walm van teer -
de vogels die gingen als gekken tekeer!

Nog altijd als ergens de weg wordt geteerd,
is het of mijn hart in mijn lichaam omkeert.

1979 


De eerste afleveringen zijn
hier te beluisteren. Journalist Gijs Groenteman maakte een
podcast over de composities van Harry Bannink (1929-1999) en sprak over die tientallen van die (ruim drieduizend!) liedjes met de mensen met wie Bannink ze maakte, zoals in de eerste afleveringen Hans Dorrestijn (in zijn rol als tekstschrijver), Jenny Arean (als zangeres), Chris Dekker (als muzkant), Joost Prinsen (als tv-acteur) en Heny Vrienten (als producer).

Bovendien stelde Groenteman, als introductie op zijn podcast, voor de Volkskrant (van woensdag 31 mei) een top-20 samen van de mooiste Banninkjes: liedjes die iedereen kent of zou moeten kennen. Liedjes uit - jaja, allemaal Bannink: tv-series als J.J. de Bom, De Film van Ome Willem (Deze vuist op deze vuist), Ja Zuster, nee Zuster, Het Klokhuis, 't Schaep met de 5 Pooten (Als je mekaar niet meer vertrouwen kan), Sesamstraat en De Stratemakeropzeeshow, Annie M.G. Schmidt-musicals als En nu naar bed (Vluchten kan niet meer), Foxtrot en Heerlijk duurt het langst (Het is over en Op een mooie Pinksterdag) en Wat een planeet, een theatershow van Wim Sonneveld (Tearoom Tango) en een geluidsdrager, met daarop Harry Bannink voor één keer en met twee liedjes, zelf als zanger.

Zaterdag beloofde ik de komende week in deze rubriek lichtvoetige verzen op te nemen. Vandaag twee vliegen in één klap: Bannink èn
light verse. Weer eens  een tekst van Hans Dorrestijn (zie hier en hier en hier en hier). Pas geteerd behoort tot de beste liederen binnen de samenwerking van Bannink en Dorrestijn, maar niet tot Banninks bekendste of, zoals Groenteman in de Volkskrant-top-20 dus als uitgangspunt nam: liedjes die iedereen kent of zou moeten kennen.

Mooie vondst: in de eerste twee coupletten is de ik-persoon onwetend -
ik reed nietsvermoedend op de fiets naar je toe - en verliefd: ik neuriede zacht en glimlachte telkens als ik aan je dacht. Het meisje naar wie hij op weg is, is dan nog jij. Maar in de vierde trofe slaan alle verwachtingen om in ongeloof en verdriet: zij liet mij niet binnen! Ik stond verstomd toen zij zei: "Het is beter dat jij hier nooit meer komt." [...] En zij deed voor altijd de deur voor mij dicht. De jij is nu al zij, want dat meisje in de deuropening lijkt opeens een ander dan het meisje van het begin van de lente. Nee, de lente, de liefde bestond niet voor mij. In de tweede regel lees je: De vogels die gingen als gekken tekeer, want de wereld in bloei - het was lente en hoe! In het zesde couplet staat het er weer: De vogels die gingen als gekken tekeer. Maar dan klinkt het gekwetter, niet omringd door lentegeuren, maar in een walm van teer, als herrie die haast ondraaglijk is voor zijn oren.

Het mooiste moet nog komen:  
Nog altijd als ergens de weg wordt geteerd, is het of mijn hart in mijn lichaam omkeert. Een schrikkelrijm, denk je, want geteerd rijmt alleen op het oog op omkeert. Totdat je er beter over nadenkt en beseft dat de dichter met het kiezen van omkeert het rijm ook woordelijk omkeert. Met zo'n bewuste afwijking van het ritme maakte je het Harry Bannink echt niet lastig. Die zal gedacht hebben: goed gevonden, Dorrestijn!

Weet u trouwens al welk lied het was:
een blondje met een kuil in haar wang? Of eigenlijk: Wie is toch dat meisje met dat kuiltje in haar wang? Dat is Rosemarie, hit van Ronnie Tober eind jaren zeventig, toen Hans Dorrestijn deze tekst schreef.

 

[*]
Fout in de podcast van Gijs Groenteman. Die schrijft deze melodie aan Harry Bannink toe, maar hij koos voor de verkeerde uitvoering. Harry Bannink componeerde de muziek voor de uitvoering van Joost Prinsen. Voor het theaterprogramma Cirkels, maakte Martin van Dijk een nieuwe melodie. 

 






 

Archief 2017