Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 23 - W.H. Auden: Begrafenisblues (1)

zondag 04 juni 2017

Zie voor deel 2: maandag 12 juni

Zet stil die klokken. Telefoon eruit.
Verbied de honden hun banaal geluid.
Sluit de piano's, roep met stille trom
de laatste tocht van deze dode om.

Laat een klein vliegtuig boven 't avondrood
de witte boodschap krassen: Hij is Dood.
Doe crêpepapier om elke duivenkraag
en hul de luchtmacht in het zwart, vandaag.

Hij was mijn Noord, mijn Zuid, mijn West en Oost,
hij was al mijn verdriet en al mijn troost,
mijn nacht, mijn middag, mijn gesprek, mijn lied,
voor altijd, dacht ik. Maar zo was het niet.

Laat in de sterren kortsluiting ontstaan,
maak ook de zon onklaar, begraaf de maan.
Giet leeg die oceaan en kap het woud:
niets deugt meer, nu hij niet meer van me houdt.

1938


Light verse, lichtvoetig vers, heeft dus niks met inhoud te maken, alleen maar met vorm. Jan Boerstoel (en hier en hier en hier) en Jean Pierre Rawie zijn de beste voorbeelden van dichters die zware onderwerpen bespreken op een lichte toon. Ik beloofde gisteren om de komende week uitvoerig stil te staan bij dat lichtvoetige vers. En dus begin ik ook maar meteen met de lichte toon rond het zware onderwerp. Het gedicht van W.H. Auden (1907-1973) is van 1938, maar werd wereldberoemd door de declamatie, in 1994, in de film Four Weddings and a Funeral

Willm Wilmink vertaalde het gedicht en kwam met prachtige vondsten: Laat in de sterren kortsluiting ontstaan verbreekt het ritme volledig. De kortsluiting dus die hij beschrijft. En dan die slotzin: niets deugt meer. nu hij niet meer van me houdt.
Even denk je: maar het gedicht gaat toch over de dood en niet over een verbroken relatie? Totdat je beseft: de dood ìs een verbroken relatie. Als iemand doodgaat, is degene weg die ontiegelijk veel van je hield. Jij hebt niet alleen de liefste verloren, maar je ontbeert daarmee ook de liefde van die ene die zo onvoorwaardelijk voor jou koos. Wat een mooie, wat een verschrikkelijk rake vondst.


 

Archief 2017