Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 21 - Bart Moeyaert: Kop en bord

zaterdag 27 mei 2017

Het is zoals het wonder
van de goede koffie.
Gemiddeld eens in de 
twaalf maanden houdt
iemand middenin een zin
zijn adem in, waarna hij
naar de bodem van de kop
die als gegoten op het
bordje past blijft staren.
Misschien minutenlang
blijft het geluid uit, maar
in dat hoofd zou je het
brullen moeten horen.
Er wordt nogal gescholden
als iemand inziet dat hij
jarenlang genoegen nam
met drab en dat maar
koffie noemde omdat er
melk bij kon, en suiker.
Gemiddeld één keer in
het jaar heeft iemand
zo'n ervaring, wat eigenlijk
verbazend weinig is
als je de koppen en de 
schotels telt die al
vergeten zijn nog voor
ze worden aangeroerd.
Nochtans is smaak geen 
kunst of wetenschap.
Het is hetzelfde als
gezond verstand, iets
wat we voor het leven
houden, zoals het kopje
bij het bord hoort,
de mensen bij elkaar,
het water bij de zee.

Dit gedicht bestaat
ook in de versie van
de goede thee.

2014


Nieuwe dichter in deze rubriek. Bart Moeyaert (Brugge, 1964), schrijver van kinderboeken, romans, toneelstukken en poëzie, performer en... experimentalist.
Wat dat laatste betreft: augustus 2014 besloot hij op het vermaarde kunstenfestival Watou 48 uur achtereen één kamer te delen met beeldend kunstenaar Gerda Dendooven. Hij schreef er bovenstaand gedicht en zij maakte beeld erbij. Een filmpje van dit project zie je hier en hier

Het gedicht was na Watou 2014 nog enkele dagen terug te lezen, daarna niet meer. Maar vandaag vond ik, weliswaar onder een verkeerde titel, de volledige tekst terug in de zomereditie van poëziekwartaaltijdschrift Awater. Dit bij de melding dat Moeyaert dit jaar zijn opwachting maakt op de Nacht van de Poëzie, zaterdagavond en -nacht 16 september a.s. De liefste en ik gaan erheen. Misschien treffen we elkaar daar?

Bijft intussen de stelling die je al helemaal kwijt bent aan het einde van het gedicht, zeker als Moeeyaert stelt:
 Dit gedicht bestaat ook in de versie van de goede thee. De openingszinnen waren immers: Het is zoals het wonder van de goede koffie. Dat is een vergelijking. Je moet dus wel terug gaan lezen... Om er opnieuw bij uit te komen dat smaak hetzelfde is als gezond verstand, iets wat we voor het leven houden, zoals [...] de mensen bij elkaar, het water bij de zee. 







 

Archief 2017