Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 21 - Marjolein van Heemstra: Morgen gaan we...

maandag 22 mei 2017

Morgen gaan we naar huis. Ik had willen zeggen dat we er niet klaar voor zijn, nog niet zijn opgewassen tegen deze nieuwe vorm, tegen dit twee mensen zijn, ik had willen vragen of ze je terug willen plaatsen, of ik voor altijd dik en rond mag zijn met alleen maar de mogelijkheid van een nieuw mens in plaats van dit gigantische open leven dat nu voor ons ligt. [...]
Het spijt me zo dat je iemand moet worden, iemand bent, dat ik je niet langer kan behoeden voor het leven, en mezelf niet kan behoeden, ik wil sneeuw, een witte gedempte wereld, maar het regent en stormt buiten, de dingen schudden, maken lawaai, glimmen van het vocht, het spijt me dat ik je ooit zal teleurstellen en jij mij, dat ik binnenkort je hart niet meer zal voelen kloppen in mijn eigen borst, dat je nu al van mij wegdrijft, dat D en ik je zullen opzadelen met foto's, verhalen, mythes en verwachtingen, met families en diepe ongedefinieerbare angsten die spoken door ons reptielenbrein. Het spijt me dat je op een dag thuis zult komen met de vraag waarom er oorlog is en wie er goed is en wie fout, en dat is dan alleen nog maar in het gunstigste geval, als je niet zelf verzeild raakt in het geweld dat wij nu vrezen, het spijt me zo dat jij op een dag misschien de afweging zult moeten maken die ik niet hoefde te maken, nog niet in elk geval, meebewegen of verzetten, het spijt me dat je zult leren dat niemand de eindstreep bereikt met volledig schone handen, dat dit een wereld is waarin we wat goed is relativeren omdat we te veel weten om te weinig te durven hopen...

2017


Een vrouw van 35 jaar baart haar eerste kind na een zwangerschap waarin een familiegeschiedenis vol tweede-wereldoorlogtrauma's zich obsessief aan haar (en dus ook aan haar ongeboren kind) opdringt. Nu is haar zoon in het ziekenhuis geboren en morgen mag zij naar huis... Hierboven staat wat zij denkt... 

Dit is een poëzie- en geen theaterrubriek
, schreef ik vrijdag. Dan is dit ook geen prozarubriek, terwijl bovenstaande tekst toch echt afkomstig is uit een roman. Namelijk: En we noemen hem van Maroljijn van Heemstra, die overigens ook dichteres is (zie hier) en theatermaakster (net als Laura van Dolron - zie hier).

En we noemen hem vind ik het beste boek dat ik het afgelopen jaar gelezen heb, nòg mooier dan Noodweer van Marijke Schermer. Ik ga er niet te veel van verklappen, maar Van Heemstra's boek is prachtig van taal, persoonlijk en zelfs spannend van inhoud en intrigerend van stijl en structuur.





Terugreizend van De Liefste las ik zondagochtendvroeg in de trein de laatste hoofdstukken uit. Nou ja, zo had ik het me voorgenomen. Maar bij sommige passages was ik zo geraakt dat ik het boek uiteindelijk toch maar in mijn tas stopte om het thuis, zonder ogen van anderen op me gericht, te kunnen sluiten.


Genieten van kunst is openstaan voor de ontroering. En dan maakt het niet uit of het een tekening is of een schilderij, een prent of een foto, cabaret of toneel, proza of poëzie... Toch beschouw ik bovenstaande tekst als een van de blaadjes poëzie binnen een schrift vol proza. Zo'n fragment mag - nee, moet in deze rubriek. 

Archief 2017