Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 19 - Jan Beuving: Ogen

zaterdag 13 mei 2017

 

Wanneer je hier de volle wanden
voor de allereerste keer ziet
dan wijs je even met je handen:
van wie is ook alweer die kop?
En zeker als je net student was
betrad je deze zaal met eerbied
Je wist nog niet wat je talent was
dus nam je alles in je op
En keek je al die ogen aan
die je begluren vanaf de muren
dan liet je zomaar je gedachten gaan
En zei je dromend: zou het lang duren
voordat ik zelf hier een keer mag staan?

Je lachte hier om Youp z'n grappen
je luisterde hoe Freek vertelde
je zat bij Theo op de trappen
maar toen werd je wat arrogant
Je leerde, vond je zelf, voorspoedig
en dacht: ik heb wel wat te melden
Je was brutaal en overmoedig
en plots stond je aan deze kant
Maar als je voor de eerste keer
uit die coulissen bent opgekomen
kijken die ogen op je neer
en zeggen: 'Jij daar! Jij had toch dromen?
Nou, laat maar zien dan, aan jou de eer'

Wat zal ik die foyer gaan missen
met Frank in sportvest bij de kassa
de vloer, de koekjes, de coulissen
ik ben er hevig aan gehecht
Het was een klein, vertrouwd theater
geen zaaltje voor de grijze massa
een warm bad en in dat water
heeft meer dan één een steen verlegd
Maar op een dag keert ieder tij
en elke steen zal een keer vergruizen
maar als straks ieder schilderij
mocht gaan vervagen na het verhuizen
blijven die ogen me altijd bij

2012


Toen ik eerder deze week in deze rubriek een tekst van Jan Beuving opnam, moest ik denken aan het lied dat hij zong op de sluitingsmiddag van het Koningstheater,  juni 2012. Vandaag vond ik die tekst terug. 
In mijn lessen cabarethistorie had ik ooit gezegd dat ik me verbaasde over het ingewikkelde rijmschema van Het feest dat nooit gevierd werd. Jules de Corte was blind, maar gaf de drie strofen van zijn lied als rijmschema mee: abac dbdc efefe. Jan Beuving was als student al een taalviruoos en besloot voor mij een liedtekst te schrijven op De Cortes melodie en rijmschema en met dubbel- en binnenrijmen als extraatjes.



Die ogen waren natuurlijk de ogen op de schilderijen van cabaretiers, op de theaterwanden links rechts en achterin. En met de zin Een warm bad, en in dat water heeft meer dan één een steen verlegd, verwijst hij naar het lied De steen van Bram Vermeulen, vriend, trouw bespeler van het Koningstheater en gastdocent aan de Koningstheateracademie. 




 

Archief 2017