Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 19 - Ed Leeflang: Kortenhoef

zondag 07 mei 2017

De avond komt over de kleine binnenplas.
Ik peddel niet meer, licht zuchtend loopt
de kano vast in plompeblaren. Nog een 
kleine opmerking van de wind
achter mij in het riet. De watermunt
geurt me met kracht achterna van het
licht aanvaren.

Een fuut komt haastig nog door de ban,
met watervrees zwemmend, alsof het zo weer
spertijd is, weer jeugd en oorlog worden kan.

Een bel ontploft zacht aan het oppervlak;
heeft ook het ongeborene al ontzetting?

Wat heb je toch met de stilte,
steeds minder beangste, verouderde man?
Je leven heb je onder de leden
en je wil toch niemand meer laten delen
in die bestemming?

1979


Met De Liefste bezocht ik haar belangrijkste familieleden en daarna voelde ik weer mijn gemis. Maar wie ik mis, is niet mijn familie; het zijn de vrienden die mij zijn ontvallen, zoals Ed. Daarom vandaag toch weer een gedicht van hem (zie ook hier en hier en hier), mede als troost voor mezelf. 

Kortenhoef is het kerngedicht van zijn debuut: De hazen en andere gedichten (1979). De motieven uit de andere gedichten van die bundel komen hier allemaal samen. In De hazen... lezen we, in een vast decor van planten en dieren in een polderlandschap met plassen en rivieren, veelvuldig over een man met herinneringen aan een jeugd die zich afspeelde in de oorlog. Hij laat zich inmiddels beheersen door literatuur: als lezer en als student en docent Nederlands. Nog vaker ontmoeten we diezelfde man met zijn overpeinzingen nu hij ouder is - letterlijk een Vijftiger - en die zijn angsten wil bezweren ten aanzien van de zorg voor zijn zieke dochter, zijn verdriet om zijn brekende huwelijk... Hij troost zich, veelal in afzondering in die natuur, door te dichten; gedichten met prachtige zinnen, zoals alleen Ed Leeflang die kon schrijven en rijk aan rijm, maar zo onopvallend over (binnen)regels en strofen verdeeld dat het nauwelijks opvalt dat zijn taal daarvan nog mooier wordt.

In bovenstaand gedicht zit het dus allemaal, ook in toon. En in stijl, met rijm dat soms ver rijkt, zoals in ontzetting - besmetting. En die prachtige zinnen.. Als de wind zijn kano nog wat vaster laat lopen tussen plompeblaren (een neologisme van eigen hand voor groot blad), omschrijft hij dat als Nog een kleine opmerking van de wind achter mij... En hij ruikt de watermunt - door het licht aanvaren -, want die geurt me met kracht achterna.

Dat is dat decor, samen met de volgende strofe, waarin naast de de dieren - in dit geval een fuut - ook de herinneringen aan jeugd en oorlog binnentreden. En als een bel zacht ontploft aan het oppervlak, doorbreekt dat de stilte en komen de zorgen weer op. Hij heeft veel meegemaakt. Oftewel: hij heeft zijn leven onder de leden. Staat hij, nu hij weer alleen is, nog open voor een relatie? Of laat hij niemand meer toe, want met je leven onder de leden [...] wil je toch niemand meer laten delen in die besmetting? 

Troostend, niet voor hem maar voor ons, is dat de laatste zin niet eindigt met een punt, maar met een vraagteken. Kortenhoef staat dan ook precies in het midden van De hazen; het gedicht is het hart. De dichter stopt niet; hij moet verder...





 

Archief 2017