Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 18 - Tsjêbbe Hettinga: Achteraf

woensdag 03 mei 2017

Voor Rob

Aan een schrijftafel zie ik je zitten, gebogen
Onder een vracht rijpe vruchten aan je boom van denken
Aan het heldere licht van een kamer in de middag,
Die ik nog nooit met eigen ogen heb gezien, wel gevoeld.

Ongemerkt strijkt je hand de tijd uit je haar
En uit je ogen de ruimte die je ernst
Omschrijft, terwijl je liefde laat tussen gewogen woorden
In een inktzwart weten dat niemand ooit heeft gelezen.

1998 
 



Nu al grootste poëziegebeurtenis (ook letterlijk: 832 pagina's!) van 2017: de tweetalige, zeer zorgvuldig geannoteerde uitgave van de verzamelde gedichten van de Friese dichter-voordrachtskunstenaar Tsjêbbe Hettinga (1949-2013), getiteld
Het vaderpaard / it faderpaard. Over die bundel raak ik de komende dagen niet uitgepraat.

De vertalingen uit het Fries zijn, op enkele na, van dichter Benno Barnard, met wie Hettinga nauw samenwerkte tot zijn dood, op 7 maart 2013. Voor de vele gedichten die speciaal voor deze uitgave met Hettinga's volledige dichterlijke oeuvre zijn vertaald, kon Barnard een beroep doen op Tsead Bruinja en Teake Oppewal. Over de bijzonder effectieve wijze van samenwerken van Hettinga en Barnard, die het Fries onvoldoende machtig is, kom ik ook nog te spreken.

Bruinja en Oppewal stonden Barnard bij ten behoeve van de vertaling van
Achteraf, een van de gedichten uit de laatste rubriek, met ongepubliceerd verspreid werk. De aanleiding voor het gedicht was de plotselinge dood van Rob Hoelen (1940-1998), jarenlang directeur van een creativiteitscentrum in Leeuwarden, zo lees ik in de aantekeningen. Hettinga droeg het gedicht voor tijdens de begrafenis in Cornjum. Ook over die voordrachten kom ik nog te spreken.

In keamer yn 'e middei, dy't ik nea noch mei eigen eagen seach, mar fielde, schrijft Hettinga, die immers al vroeg blind werd door een erfelijke degeneratieziekte van het netvlies, genaamd retinitis pigmentosa. Maar in de eerste regel staat: Oan in skriuwtafel sjoch ik dy sitten. Dat is immers wat hij niet met zijn ogen, maar in gedachten ziet, terugdenkend aan zijn zo jong gestorven vriend.

 

Archief 2017