Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 16 - Gerard Reve: Ballade van het eenzame hart

donderdag 20 april 2017

Als je alles van je kwijt bent
En verloren hebt, voorgoed,
Weet je niet wat te beginnen,
Weet je niet meer wat je doet.

Ga je 's avonds, na het donker,
Maar wanhopig op bezoek,
Want alleen is 't niet te dragen,
Met die stoel leeg in de hoek.

Zondags ga je naar het kerkhof,
Staar je op een stomme steen;
Door de regen weer naar huis toe -
In de kamer weer alleen.

Soms dan denk je dat je gek wordt,
Schreeuw je het haast uit van pijn;
Nee, dat had je nooit geweten:
Wat het is alleen te zijn.

Maar op 't laatst dan krijg je vrede,
Want dan weet je, het is waar:
Nog een poosje, nog wat jaren,
Dan zijn wij weer bij elkaar.

Op de steen komt er jouw naam bij,
Alle smart is heen, voorgoed:
Daarvoor zal Hij eenmaal zorgen,
Hij Die alle dingen doet.

1959


Je vindt deze ballade niet in de Verzamelde gedichten van Gerard Reve (1923-2006). Wel in de zeldzame uitgave Vergeten gedichten (1979), met een tiental later ontdekte verzen. Bovenstaande tekst was wel al eerder gepubliceerd, namelijk in 1959 het literaire maandblad Tirade.

In Kort Revier - een uitgave t.g.v. Reves vijftigste verjaardag - schrijven samenstellers Klaus Beekman en Mia Meijer dat Gerard (toen nog: van 't) Reve dit lied, op muziek van en begeleid door zijn toenmalige partner Wim Schuhmacher, zong voor Carel Willink. Ik citeer:

Misschien komt eens de dag waarop Reve ze zelf ten gehore brengt, aan de vleugel begeleid door een veelbelovend, jeugdig musicus, zoals hij dat eens deed bij schilder Carel Willink, die aan Bibeb vertelde: "Op een avond kwam Van het Reve met, ik geloof dat het Wimie was, die ging achter de vleugel zitten en Van het Reve zong een liedje van een weduwnaar. Ik was in de keuken. Opeens zegt ie: neem me niet kwalijk, jij bent weduwnaar. Ik zeg: beste man, 't is helemaal niet erg."

Waarom kom ik vandaag met deze ballade? Omdat die vrijdag en zaterdag tot mijn verrassing klonk in de eerste werkvoorstellingen die Marco Lopes, oud-student van de Koningstheateracademie, presenteerde in de Cabaretfirma. Ik herkende het vers en de maker ervan, maar had toch even tijd nodig om het te traceren. Genoeg reden het dan ook maar meteen te presenteren in deze rubriek. Een curiosum.  



  

Archief 2017