Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 16 - Esther Jansma: Ochtend

dinsdag 18 april 2017

Had jij je gezichtje uitgeleend? Nam je
voor even maar andere ogen? Een mond
voor vuurtaal, watertaal? Je zong

naar twee werelden maar verloor deze.
Je hield je aan ons vast. Nietwaar,
je lag stil en je sprak met geesten.

Onder je dekens opent leegte
haar scharen. Verlangen brak op je lippen
in o's en a's uiteen. Ochtendlicht

hangt in druppels gevangen aan je
vingers, je wangen zijn koel. Dit is
het ogenblik waarin de bomen zuchten

en zich openvouwen en tere groene
dieren vluchten achter de vonkende
weerloze handen die spinnenwebben zijn

ons achter zich latend, op ons netvlies
nog even de schaduw van een hiel of
een vleugel, dan niets. Ach kindje

elfen zijn zwak en ze sterven als gekken
en wij, wij vergeten al hoe vol
het licht ooit op je viel, hoe je hier ligt,

dit stille nu vol jij, zozeer jezelf
en voorbij, godverdomme voorbij.

1998



Dat ik gisteren en vandaag in deze rubriek gedichten opneem die Esther Jansma schreef naar aanleiding van het sterven van haar zoontje (van ps acht maanden oud), heeft alles te maken met het prachtige essay van dramaturg-filosoof Wout van Tongeren. Het stond zaterdag in de Trouw-bijlage
 Letter & Geest. Het begint zo:

Er staat een kleine amandelboom in onze tuin. Sinds februari zwollen zijn knoppen. We deden een wedstrijd wie er eerder zou zijn: de bloemen of onze baby. Op 16 maart kwamen mijn vrouw en ik terug van de kraamafdeling van het ziekenhuis. Later die middag zou onze zoon Leen worden thuisgebracht door iemand van de uitvaartonderneming. Vanuit de woonkamer zagen we hoe de bloeiende amandel zich als trotse overwinnaar koesterde in de lentezon.

Ochtend is het gedicht na De val in de cyclus gedichten over haar gestorven zoontje. Opnieuw zijn er die twee werelden: Je zong naar twee werelden maar verloor deze. De ouders zijn het kind al kwijt, want je lag stil en sprak met geesten

De Liefste zit tegenover mij als ik dat essay zaterdagochtend lees. Als ik snotter en mijn tranen droog, kijkt zij mij aan. Er komt geen vraag, want ik draai de Trouw-bijlage naar haar toe. Zij leest. Poëzie vangt vaak veel gevoel in weinig woorden; soms zijn er meer woorden nodig, maar is de emotie net zo heftig; soms zijn er helemaal geen woorden nodig... 


 

Archief 2017