Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 16 - Paul van Vliet: Laatste wens

zondag 16 april 2017

[Zie en luister hier]

Ik ben niet bang om dood te gaan;
ik ben alleen maar bang voor de manier waarop.
Ja goed, het is nog niet zover, hoor, en als je 't niet wilt,
daarover praten, dat ik liever stop,
dan hou ik er meteen weer over op.

Maar toch, je weet het nooit.
Ja, het is natuurlijk onzin, maar je denkt wel eens van
'als' en 'hoe' en 'wat'. En het is ook daarom dat...
Nee, alles werkt nog goed en functioneert
nog zoals het moet. Maar toch...

Ja kijk, ik ben zo bang dat, als het zover is,
dat er dan mensen gaan beslissen over mij:
mijn lichaam en mijn leven en mijn dood.
Omdat ze vinden dat ikzelf dat niet meer kan.
En... dat zij dat dan...

Dus daarom zeg ik het je toch maar liever nu,
voor het geval dat ik... Wou ik je vragen of jij dan,
als het kan, ervoor wilt zorgen dat ik niet in zo'n ziekenhuis,
maar bij ons thuis en in mijn eigen bed,
op de manier zoals ik wil...

Het laatste restje zelfrespect dat je
een mens moet laten, is toch dat hij zelf
mag zeggen hoe hij wil dat hij vertrekt?
Jij kent mijn lichaam beter
dan zo'n dokter of een zuster met een thermometer...

En hoe het met mij gaat,
hoef jij niet af te lezen van zo'n apparaat.
Jij hoeft mijn hartslag niet te meten;
jij zal na al die jaren beter weten
hoe het daarmee staat...

Jij hebt het kloppen van mijn bloed
in jou gevoeld. Ja toch...  
Jij kent mijn adem en mijn angsten en mijn zweet.
Jij kent toch ieder plekje van mijn huid en als iemand weet
wat ik daaronder voel, ben jij dat toch...

Dus... als het zover is, laat mij dan thuis...
Dat jij niet op bezoek komt, maar er bent...
Gewoon zoals altijd...
Mijn eigen huis, mijn eigen bed...
Vertrouwd, bekend...

Ja, ik zit maar wat te zeuren en...
het is nog niet zover... Maar goed...
Dan weet je 't alvast... Voor straks...
Mijn laatste wens: mijn eigen huis,
mijn eigen bed... En jouw intensive care...

1986


Met een feestelijke tournee met zijn beste liedjes, conferences en typeringen vierde cabaretier Paul van Vliet (1935) in 1989 zijn zilveren jubileum als solocabaretier. Maar toen hij twee jaar later aan een nieuwe theatershow werkte, bleek dat die 25 jaar theaterervaring geen garantie biedt. De voorbereiding verliep moeizamer dan ooit. Alsof hij maar geen greep kreeg op zijn eigen materiaal, zo leek het wel. En dat gevoel ging niet over.

De première, juli 1992, kreeg weliswaar prachtige kritieken, maar Paul van Vliet nam de mensen om zich heen al in vertrouwen. Het viel hem zwaar, zo zei hij, want met de meesten van hen werkte hij al jarenlang samen. Maar toch had hij besloten na deze show te stopppen. In 1994 dus. Paul van Vliet: "Ik wil een tijdje helemaal niks doen. Het is me te veel geworden allemaal..."

In december van datzelfde jaar, 1992, bleek dat hij ernstig ziek was. Hij had een niertumor. Ook dat moet een voorname reden zijn geweest voor dat lamlendige gevoel, want waarschijnlijk zat die ziekte al geruime tijd in zijn lijf en hoofd. Hij werd met spoed opgenomen, raakte een nier kwijt en keek de dood een moment recht in de ogen. 

Alles keerde zich ten goede en reeds tweeënhalve maand later maakte hij zijn rentree. Paul van Vliet: "Ik zal nooit vergeten hoe emotioneel ik was toen ik die middag bij Theater Gooiland in Hilversum aan kwam. Ik zag de grote vrachtwagen van ons staan, met mijn naam erop, en ik raakte geheel van streek. En dat gebeurde weer toen ik binnenkwam en 'mijn jongens' daar zag. En opnieuw toen ik de buhne opkwam en het hartverwarmendste applaus van mijn leven kreeg. Ik was zo gelukkig er weer te staan. Ik dacht: we leven nog! En we kunnen door!"

Maar... Paul van Vliet, op dat moment bijna zestig, had zijn belofte niet voor niets gedaan. Hij zou, minstens een jaar, niets doen, wilde met zijn vrouw Lidewij op reis gaan en wenste zich te verdiepen in andere mensen en andere werelden. Doordat hij de 'droomrol' van Professor Higgens in
My Fair Lady kreeg aangeboden, werd het plan alsnog verschoven tot na twee seizoenen door het land reizen met die musical. Maar daarna... Hij nam vrij, om pas in 1997 een ijzersterke comeback te maken, waardoor hij rond de eeuwwisseling nog altijd gold als een van onze succesvolste cabaretiers.

Paul van Vliet zijn faam is gebaseerd op zijn vele mooie liedjes, waaronder
Meisjes van dertien, De zee en Den Haag met je lege paleizen. Bij het grote publiek is hij nog bekender door zijn beroemde typeringen, zoals Majoor Kees en Baron Taets van Avezaethe. Toch is Van Vliet geen lolbroek van zichzelf: hij heeft de verkleedkist nodig. Toen zijn shows in de loop der jaren steeds persoonlijker werden, waren er voor die komische mannetjes nog slechts bijrolletjes weggelegd. Zijn persoonlijke engagement schoof hij steeds verder naar voren, zoals ook blijkt uit bovenstaand lied.

Laatste wens is afkomstig uit zijn theatershow Over leven, uit 1986, dus lang voordat hij ziek werd. Het is een van de sterkste voorbeelden van Van Vliets behoefte zich steeds perssoonlijker uit te drukken. Hij vond daarvoor in dit lied een prachtige vorm, waarbij hij aannemelijk maakt dat hij rechtstreeks spreekt tot zijn geliefde. Dit bewerkstelligt hij door grote delen van het lied te zing-zeggen. En nog meer door geen schrijftaal, maar spreektaal te hanteren.

Zo formuleert hij bewust onaffe zinnen, haperingen en ongrammaticale zinnen, alsof alles hem ter plekke invalt, bijvoorbeeld op een moment van de dag waarop hij zijn moed bijeenverzameld heeft en aarzelend aan zijn geliefde zijn somberste gedachten openbaart. En hij maakt dan wel gebruik van rijm, maar schijnbaar terloops en niet nadrukkelijk, dus zonder dwingende schema's en klanken. Zo schuwt hij in zijn binnenrijmen en verspringende eindrijmen het halfrijm en rijkrijm niet. Ook dit versterkt het idee dat we naar een gesproken bekentenis luisteren in plaats van naar gezongen poëzie.

Poëtisch is Van Vliet in dit lied overigens wel, zeker in deze strofe:
Jij hebt het kloppen van mijn bloed in jou gevoeld. [...] Jij kent mijn adem en mijn angsten en mijn zweet. [..] En als iemand weet... In die strofe verschuift de bekentenis van de man zich van de inhoud van zijn Laatste wens naar wat daarvoor de basis is: de intimiteit van twee mensen, lichamelijk en geestelijk. Wie het lied aanhoort, herkent mogelijk eigen twijfel en angst en het openbaren daarvan in kwetsbare gesprekken met de liefste, 

Het is Paul van Vliets keuze zijn publiek te laten voelen dat dit zijn persoonlijke gesprek met haar is. Maar... Je hoeft je niet te schamen voor het feit dat je dat gesprek afluisterde. Immers, je blijft buitenstaander en wordt geen deelgenoot.


Archief 2017