Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 13 - Piet Gerbrandy: Leegte is... (fragment)

dinsdag 28 maart 2017

Soms moet je om ruimte te scheppen leegte forceren. Je hakt een boom om. Haalt een muur neer. Loost zaad. Brandt een heideveld af. Geeft over. Zoogt een kind. Giet uit. Doodt een mens of dier als plaatsvervanger. Houdt je mond ten overstaan van ademloos publiek. Neemt afscheid van je liefste. Wist je vertaktste geheugen.
Maar er is geen sneeuw meer of hij smelt.

2017


Reisverslag, essay, proza, poëzie - het is het allemaal tegelijk in Steencirkels van Piet Gerbrandy (1958). O heet de man die uit zijn burgermans bestaan stapt om uiteindelijk op de poolcirkel - niet voor niets een alsmaar kleiner wordende dampkring - te belanden. Niet alleen, maar met een vrouw, met en in wie hij zich helemaal verliest:

Zonder veel geluid te maken beet krabde en bereed ze mij en vingers klauwend in haar vacht kwam ze driemaal hijgend klaar waarbij haar gespierde schoot zo strak samentrok dat ze me leeg zoog als nog nooit een vrouw me verlost had. Ze bleef een tijdje nog na sidderend op me liggen keek me toen glimlachend aan kuste me en rolde van me af. Zo vrijt alleen wie uit is op nieuw leven.

Vitaal is het niet alleen in bovenstaande regels, maar steeds. Binnen een somber beeld van de wereld als fenomeen zal de mens, nietig individu, het moeten maken in de tijd die hem gegeven is.

De lucht van de wolken en de meeuwen.
Wij blijven aan de grond en halen adem.
De zee behoort aan vissen toe en wieren
Wij koelen af in water dat ons wiegt.
Het vuur is van de stammen en de vlammen.
Wij warmen ons aan lijven die ontbinden.
Het land is van de aarde. Niet van ons.

Archief 2017