Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 11 - Tom Lanoye: Het is een magere troost...

dinsdag 14 maart 2017

Het is een magere troost
dat alles moet verdwijnen

en ik je hoe dan ook op een keer
toch zou moeten missen, bijvoorbeeld

door de dood. Ik hou van je, al
kunnen we waarschijnlijk niet meer
worden wat we vroeger waren of dachten
te zijn. Geen verhalen over afkeer,

over waanzin of grote trouw: ik
verlang naar toen terwijl
ik ouder word. Ik denk
nog veel aan jou.

1984


Dit gedicht van de Vlaamse veelschrijver (romans, verhalen, poëzie, columns en toneel) Tom Lanoye (1958) vind ik een van de droevigste gedichten die ik ken. Ik leerde het in de jaren tachtig al uit mijn hoofd, samen met andere gedichten die ik graag altijd bij me heb: Elsschot, Herzberg, Kopland, Kouwenaar, Nijhoff, Slauerhoff, Vasalis... Toen ik besloot beeldgedichten te laten ontwerpen, was dit het eerste gedicht dat in me opkwam. Maar ik zag ervan af omdat ik het zo'n trieste tekst vind.
Ook voor deze rubriek heb ik Lanoyes vroege bundel In de piste, waaruit het gedicht afkomstig is, al een paar keer uit mijn bibliotheek gepakt, maar... toch weer teruggezet. Nee, nu nog niet...

Vandaag dus eindelijk wel, omdat het er toch een keer van moet komen. Waarom ik het zo treurig vind? Die eerste zin al: het is een magere troost dat alles moet verdwijnen. Ook degene die je het liefst is: en ik je dan ook op een keer toch zou moeten missen, bijvoorbeeld door de dood. Mooi, die gestamelde spreektaal: hoe dan ook, toch... Met dat sombere beeld lees je verder en de dichter leidt je af met een uitwijding over wat we vroeger waren of dachten te zijn en onnodige verhalen over afkeer, over waanzin of grote trouw. En dan komen de raakste zinnen binnen: ik verlang naar toen terwijl ik ouder word. Naar toen? Ik denk nog veel aan jou.

Het is een magere troost dat alles moet verdwijnen, stelt de dichter op het moment dat in zijn leven bijna alles - zelfs de liefste - is verdwenen en hij terugverlangt naar toen, naar wat we waren of dachten te zijn...   
Lanoye was 26 jaar jong toen hij dit schreef; ik was 28 jaar oud toen ik dit voor het eerst las en mij er ook al lang van bewust was dat alles, alles, alles moet verdwijnen... Sindsdien draag ik dit gedicht voor altijd met me mee. Voor altijd? Het is een magere troost dat...

 

Archief 2017