Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 9 - Lennaert Nijgh: Ik zal je iets vertellen

maandag 27 februari 2017

Ik zal je iets vertellen voor we slapen gaan:
ik was vandaag de hele dag aan het werk;
ik had vandaag geen tijd voor jou; ik ben kortaf geweest...
Maar er waren zoveel vragen en zoekend naar een antwoord, 
schiep ik weer problemen. Ik heb zoveel gezien
dat ik nu in het donker mijn ogen niet kan sluiten.
Maar ik zou je iets vertellen voor we slapen gaan.

Ik zal je iets vertellen voor we slapen gaan:
ik kwam vandaag tot niets, ik heb niets gedaan.
Ik ben zoveel van plan geweest, maar ik weet niet meer waarom.
Want als je na gaat denken en je zorgen maakt om anderen,
zullen anderen je voorbij gaan. En ik heb te veel gezien;
ik had mijn ogen open en ik kan ze niet meer sluiten.
Maar ik zou je iets vertellen voor we slapen gaan. 

Ik zal je iets vertellen voor we slapen gaan:
ik weet, ik heb me veel te druk gemaakt.
Misschien dat ik vergeten wou dat ik zo eenzaam ben...
Dat wou ik je vertellen voor we slapen gaan:
dat ik je nodig heb.

1973


Zo nu en dan een liedtekst in deze rubriek. Lennaert Nijgh (1945-2002) was, behalve auteur van Pastorale (voor Shaffy & List), Ik doe wat ik doe (voor ex-echtgenote Astrid Nijgh) en andere hits, de auteur van nagenoeg het volledige oeuvre van Boudewijn de Groot.
Ik dacht dit weekeinde aan hem, omdat ik zaterdag zijn romandebuut kocht: Tobia of de Ontdekking van het Masturbariaat. Die roman, in 1971 verschenen bij een minuscule uitgeverij, kwam al snel in de ramsj bij De Slegte en ging in 1973 verloren toen het pand waar de oplage lag opgeslagen in vlammen opging. Nu, 15 jaar na het overlijden van Nijgh, is er een heruitgave.

Maar deze rubriek gaat over gedichten en ik kies voor een van zijn mooiste teksten: Ik zal je iets vertellen. Hier gezongen door Boudewijn de Groot, al vind ik de uitvoering (uit 2014) van Tim Knol minstens zo bijzonder. En ik zing het lied zelf wel eens voor De Liefste, voor we slapen gaan

Bewust kies ik hierboven voor een andere transcriptie dan die van schrijver Lennaert Nijgh en componist-vertolker Boudewijn de Groot. Die breken elke zin halverwege af, waardoor het je als lezer ontgaat hoe consequent de strofen zijn opgebouwd. Niet alleen met die regelherhaling - Ik zal je iets vertellen voor we slapen gaan -, maar ook in het vervolg. Te beginnen met dat vertellen zelf (regel 2 en 3) van wat er vandaag gebeurde: de hele dag aan het werk en daardoor geen tijd voor jou en kortaf geweest; kwam tot niets, hoewel zoveel van plan geweest, maar ik weet niet meer waarom... In de derde strofe slaat hij die activiteiten over en is hij meteen bij regel 4 t/m 6 van de eerste strofen, waarin hij van buiten naar binnen keert: ik heb zoveel / te veel gezien dat ik [...] mijn ogen niet kan sluiten omdat ik zo eenzaam ben... De laatste regel van de eerste twee strofen herhaalt waar hun gesprek mee begon: maar ik zou - niet meer zal - je iets vertellen voor we slapen gaan. En pas dan, aan het einde van de derde strofe, snap je waarom hij zoveel woorden nodig heeft voor het beschrijven van de dag en de gevolgen daarvan. Want nu komt hij bij de essentie, nu komt het hoge woord (en de emotionele betekenis daarvan) eruit: dat wou ik je vertellen voor we slapen gaan: dat ik je nodig heb.  
 

Archief 2017