Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 8 - Antoine Uitdehaag: Auditie

woensdag 22 februari 2017

Er zat een meeuw stil op een stoel
in het lokaal. Het raam stond open

en de zomer lachte beneden op straat
om het theater. Zij trok haar zwarte sjaal

dicht om zich heen en trok nog
met haar been. Gespeeld en zenuwen.
 
Ik luisterde naar de adem van de zaal
en liet haar nog eens en toen nog eens.

Een onbetrouwbare traan nam haar mascara
mee. Nee, dat bedoel ik niet nee nee.

Ik ben een meeuw.

1997


Aan de regel Ik luisterde naar de adem van de zaal ontleent de tweede poëziebundel van toneelschrijver en -regisseur Antoine Uitdehaag (1951) zijn titel. In zijn debuut, Levenslang vrij (1994), ging het over de vader-zoon-relatie. Heel ontroerend soms:

Kwestie van maanden ben ik bang
misschien van dagen. Nog
even. Aarzelt je jongensruggetje
onder mijn hand. Voel het
bewegen tussen niet goed nog weten
en niet meer willen. Voel haast
verloren warmte. Hetere vuren.

Dan zul je wakker worden. Van wie?



Ook
De adem van de taal is autobiografisch, maar nu draait het om de theater-theatermaker-band. Vier afdelingen rond, even versimpeld neergezet: 1. zijn persoonlijke groei tot regisseur, 2. zijn regisseren tijdens het maakproces, 3. zijn kijken naar wat gemaakt is en hoe de acteurs daarmee omgaan, 4. een dag uit het leven van de acteur.  

Auditie komt dus uit de tweede afdeling. De meeuw verwijst natuurlijk naar Tsjechov. Voor welke rol auditeert deze actrice? Voor Arkadina, die actrice is, maar wel op haar retour, of voor Nina, die een gevierd actrice wil worden? Gewichtige stukken om groots en meeslepend te spelen. Geen ruimte dus voor een onbetrouwbare traan, zelfs nu al niet, in het repetitielokaal.

Op die zin
Ik luisterde naar de adem van de zaal ben ik dol. In het repetitielokaal, op die prille momenten, moet je al voelen waar het naartoe moet. Hier dicht de regisseur, hier regisseert de dichter.

 


 

Archief 2017