Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 8 - Wannes Van de Velde: Dublin Bay

dinsdag 21 februari 2017

Vele jaren geleden, ik zwierf wat rond,
waar ik heen ging, dat kon me niet schelen.
Zo kwam het dat ik daar die boot zomaar vond
naar Fishguard, dat is geen plaats uit vele.
Al een uur later, in de stormige nacht,
zag ik de kust van Ierland verschijnen.
En ik ging van boord, heb niet nagedacht;
'k wou aan 't strand schepen zien deinen.

     En ik liep heel de nacht langs Dublin Bay
     over 't zand langs de rand van Old Erin,
     tot ik 't grijs van de dag opdoemen zag
     aan de kust van Dublin Bay. 

Ik hoorde de golven, geklaag en geween,
ik weet niet wat ze me wilden vertellen,
maar ik voelde het knagen, door merg en been,
van demonen die engelen kwellen.
De wind joeg me verder. Nog steeds alleen
ben ik in een dorp aangekomen
dat sliep, maar het licht van de vuurtoren scheen
en behoedde me voor angstige dromen.

     Heel de nacht had k gelopen langs Dublin Bay
     over 't zand langs het strand van Old Erin.
     't Was hier dat ik de dag opdoemen zag:
     aan de kust van Dublin Bay.

Ik zag hoe de morgen, onwennig en traag,
de kaai en het water betastte.
De vissers vertrokken voor hun vangst van vandaag
in hun boten met koppige masten.
Ik stond lang op de dijk, het werd al laat,
ik verzonk in steeds nieuwe gedachten.
Ik besefte opeens dat de dood niet bestaat,
maar ik hoorde de meeuwen die lachten.

     De zon scheen nog steeds over Dublin Bay,
     op het groen en het gras van Old Erin.
     En ik wiegde gedwee in haar armen mee
     aan de kust van Dublin Bay. 

2006


Het publiek wist dat dit een historische dag was. Iedereen voelde en dacht dat het wel eens de allerlaatste keer kon zijn dat ze deze Wannes, hún Wannes, in levenden lijve konden zien optreden. De geruchten over zijn ziekte en de vele afzeggingen hadden zoveel twijfel gezaaid. Nu heerste vooral een eensgezind verlangen, een onuitgesproken unanieme wens dat het deze keer niet fout mocht gaan. En Wannes wist het ook, hoe zou het andere kunnen na al die ellende van voorbije maanden en jaren? Hij stond scherp, was één blok concentratie. Hij had de moed om helemaal alleen het concert te beginnen met Dublin Bay

Veel jaren geleden, ik was op den dool,
het kon met niet schelen waarhenen,
zijn ik op nen avond den boot opgestapt
in Fishguard, dat zuld'e wel kennen.
En uren daarna, in de stormige nacht,
zijn de kusten van Ierland verschenen,
en toen zijn ik daar zonder doel of gedacht
langs Dublin zijn baai gaan flaneren.

Ondertussen stonden zijn muzikanten in de coulissen stijf van de zenuwen te wachten. Stefan Wellens" '"We waren op voorhand zeer ongerust. Gaat het nog lukken? Hoe gaat het publiek reageren?"

Tijdens het applaus zetten de muzikanten zich klaar voor Hier is hem terug. De ijzige stilte die er viel na Ik heb langen tijd, bijkan drie jaar, niet meer gezongen zit na al die jaren nog stevig gebeiteld in het geheugen van wie erbij was. Tranen rolden over vele wangen. Geliefden knepen in elkaars handen, zaten stokstijf en ademloos te luisteren. Het applaus liet enkele seconden op zich wachten, zo lang duurde het voor een ontroerd publiek zijn zinnen weer op een rij had. Wat volgde was een stormachtig minutenlange ovatie, uit eerbied en respect. [...]

Hier is hem terug
Met zijne moed
En zijn twee handen,
Hier is hem terug,
Hier is de zanger 
Met zijn stem
En zijn verhaal:
'ne muzikalen Don Quichot 
der Lage Landen
op zijnen doortocht
langs de wegen van de taal.

[Dree Peremans: Wannes. Hier is hem terug. Biografie, 2016]


Dublin Bay, de liedtekst bovenaan deze pagina, is mij dierbaar. Het lied maakte deel uit van de cd en de voorstelling waarmee de Antwerpse dichter-zanger Wannes Van de Velde (1937-2008) in 2006 zijn comback maakte nadat hij voldoende was opgeknapt om weer te gaan zingen. Helaas kwam de leukemie terug in hij stierf in 2008.

Een man is dodelijk ziek en reist naar Ierland. Terwijl ieder ander waarschijnlijk niets van het prachtige landschap zou meekrijgen vanwege al het gepeins over het onvermijdelijke dat hem te wachten staat, beseft deze man hoe nietig hij is in vergelijking met de natuur die alles overleeft.

Ik bewerkte, een paar jaar geleden, de tekst zelf van het Antwerps naar ABN. Dit ten behoeve van de tweede editie van de productie Mooi Lied. Daarin laat ik jonge zangers en ervaren muzikanten - onbevangenheid in combinatie met eigenzinnigheid - een keuze vertolken uit de mooiste Nederlandstalige liederenschat. Ik kies het repertoire en bemoei me als producent-regisseur stevig met de interpretatie van elk afzonderlijk lied en van de voorstelling als geheel. 

Deze tweede editie was helemaal Vlaams en ik koos werk van Raymond van het Groenewoud, Kommil Foo, Willem Vermandere, Johan Verminnen, Jan De Wilde en een tiental andere dichter-zangers. Ik smokkelde twee Walen binnen via een Nederlandse vertaling: Adamo en Jacques Brel. En één dichter-zanger was vertegenwoordigd met twee liederen omdat hij buitencategorie is: Wannes Van de Velde.

'k Heb heel lang, bijna drie jaar, niet meer gezongen,
niet meer gedreven op de vleugels van de ziel.
'k Heb hem gemist: de ronde klank van volle longen,
met hun adem die kon draaien als een wiel.
En 'k heb gewacht en veel gedacht en veel gezwegen,
omdat ik wel moest: m'n bloed was moe, geen toekomstbeeld.
Maar da's voorbij, 'k ga weer verdwalen langs de wegen
met m'n gitaar, 'k heb er te lang niet op gespeeld.

Nu ben ik terug! Nu ben ik terug vol goede moed en mijn twee handen!
Nu ben ik terug! Hier is de zanger met zijn stem en zijn verhaal!
Een muzikale Don Quichot der Lage Landen,
op zijn reizen langs de wegen van de taal!

Hoe zou 't komen dat de mens per se wil vechten
tegen de nacht die iedereen te wachten staat?
Geloof me maar: 'k zag de Dood, hij is geen slechte;
hij liet een land zien waarin pijn niet meer bestaat!
En ik heb gedacht: laat je maar gaan zonder te klagen
en zing tot slot 't lied Oh Heer, zo was het goed.
Maar mijn tijd was, als je ziet, nog niet voldragen.
'k heb in de spiegel nog geen Engelen ontmoet.

Ja, ik ben terug! Ja, ik ben terug vol goede moed en mijn twee handen!
Ja, ik ben terug! Hier is de zanger met zijn stem en zijn verhaal!
Een muzikale Don Quichot der Lage Landen
op zijn reizen langs de randen van de taal!

De mens gaat dood, zo zeker als hij wordt geboren;
de boot ligt klaar voor een behouden laatste vaart.
Als je me vraagt: gaat aan 't eind alles verloren
en is het leven al die moeite dan wel waard?
Dan zeg ik: ja, al mag je er anders over denken,
't is een mirakel waar de mens zo in belandt,
vol tegenslagen, maar nog veel meer geschenken,
te onvoorstelbaar voor ons simpele verstand!

Dus ik ben terug! Ja, ik ben terug met mijn hoofd en al mijn tanden!
Dus ben ik terug! Hier is de zanger met warm bloed en veel kabaal!
Een muzikale Don Quichot der Lage Landen,
op zijn reizen langs de kronkels van de taal.


Dit is het andere Wannes-lied dat ik voor deze productie van het Antwerps naar het ABN bewerkte. Hier is hem terug is ook de titel van de biografie van Wannes Van de Velde, die ik zaterdag in handen kreeg. Toen moest ik weer even heel erg aan die twee vertolkingen denken. De zangeres die ik beide liederen gunde, gaf aan er niets mee te hebben. Dat deed me werkelijk zeer. Maar de andere zangeres, Elke Vierveijzer, nam het graag van haar over. Bij de laatste repetitie kon zij beide liederen op hun plaats laten vallen en toen wist ik hoe mooi Mooi Lied 2 was geworden.  

M'n bloed was moe, geen toekomstbeeld. Maar da's voorbij... Nu ben ik terug! Ach Wannes toch.

Op zijn laatste verjaardag gaat Marc Hauman met Water & Wijn langs de Antoon van Dyckstraat een lied zingen ter ere van. [...] Wannes vraagt om dat alstublieft niet te doen. Hij kan het beeld van zingende vrienden niet verdragen. Hij weet dat hij zelf nooit meer zal zingen.


[Dree Peremans. Wannes. Hier is hem terug. Biografie, 2016] 

 

Archief 2017