Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 7 - Wislawa Szymborska: De terrorist - kijkt

maandag 13 februari 2017

De bom in het café zal om dertien uur twintig ontploffen.
Nu is het pas dertien uur zestien.
Er kunnen nog een paar mensen naar binnen,
een paar naar buiten.

De terrorist is de straat al overgestoken.
De afstand behoedt hem voor elk kwaad
en nu ziet hij alles als in de bioscoop:

Een vrouw in een geel jack - gaat naar binnen.
Een man met een donkere bril - komt naar buiten.
Twee jongens in spijkerbroek - staan te praten.
Dertien uur zeventien en vier seconden.
De kleine heeft geluk - hij stapt op zijn scooter,
maar de grote - gaat naar binnen.

Dertien uur zeventien en veertig seconden.
Er komt een meisje - ze heeft een groen lint in haar haar.
Maar nu belemmert een bus het uitzicht opeens.
Dertien uur achttien.
Het meisje is verdwenen.
Of ze zo dom is geweest om naar binnen te gaan of niet,
zullen we zien als het uitdragen begint.

Dertien uur negentien.
Om de een of andere reden gaat nu niemand naar binnen.
Er komt wel een kale, dikke man naar buiten.
Maar het lijkt alsof hij iets in zijn zakken zoekt en
tien seconden voor dertien uur twintig
gaat hij voor twee rottige handschoentjes terug.

Het is dertien uur twintig.
De tijd - wat gaat hij toch langzaam.
Nu is het vast zo ver.
Nog niet.

Nu dan.
De bom - ontploft.

1976


Drie mannen in een drukke straat in een grote stad. De ene maakt zich van hen los en loopt, midden op de populairste koopjesdag, een winkelcentrum in. Een minuut later volgt een explosie. De tweede kijkt verbijsterd om; de derde loopt tevreden weg.

Toen Wislawa Szymborska dit gedicht (vertaald door Gerard Rasch) publiceerde, ging het zoals zij beschrijft bij aanslagen die als doel hebben zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Inmiddels geldt niet meer: die afstand behoedt hem voor elk kwaad. De terrorist van nu is een zelfmoordenaar. Die zoekt juist de nabijheid voor het stichten van zoveel mogelijk kwaad.

Maar er zijn altijd nog tweeden, die zich na de shock realiseren hoeveel geluk ze hebben gehad. Want één minuut eerder waren ze nog op de plaats waar de ramp zich voltrok...
En er zijn altijd nog derden, die zich in de handen wrijven en uit de voeten maken. Operatie geslaagd! Op naar de volgende terreurdaad. Misschien is de derde dan wel de eerste...

 


 

Szymborska in de collectie van Frank Verhallen

Archief 2017