Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 5 - Ingrid Jonker: Plant voor mij een...

donderdag 02 februari 2017

Plant voor mij een eik
zodat ik mijn gestalte kan herkennen
en de eekhoorntjes hun eikels kunnen begraven

schenk me een hond
met poten die ik kan zoenen
's nachts als jij slaapt vol toorn en goed

zorg dat ze mijn boom niet omkappen
ontwortelen vergruizen versplinteren
schenk hem een hemel met blauwe eikels

bouw voor mij een open huis
zodat mijn vensters de dag ontdekken
groen of goud of grijs maar welgeschapen

laat mijn hond van mij houden
zorg dat ik hem te vreten kan geven
als jij slaapt voorbij de sterren en spiegels

van mijn voorhoofd


1964


Plant voor mij een boom André. De André uit de titel is de schrijver André Brink. In de postuum uitgegeven bundel Kantelson - oftewel Ondergaande zon, 1966) zijn veel gedichten aan hem opgedragen, evenals aan schrijver Jack Cope. Beide auteurs wilden Ingrid Jonker (1933-1965) wel hebben, maar... voor erbij en niet voor altijd. Ingrid rekende op hun onvoorwaardelijke liefde, maar dat was te lastig voor die twee, getrouwder en zoveel ouder. Brink dankte haar af en ook Cope had geen zin meer in haar,
Lees dit gedicht als:
 plant voor mij een eik, schenk me een hond, bouw voor mij een huis nu jij mij hebt afgedankt, nu jij mij niet meer wilt...

Opeens stond ze helemaal alleen. Ze raakte in een zware depressie.  Op 19 juli 1965 ontsnapte zij uit de kliniek waar ze was opgenomen. Ze liep de zee aan de Drieankerbaai in... Toen haar vader vernam dat zijn dochter, pas 31 jaar oud, zich had verdronken, zei hij: "Wat mij betreft gooien ze haar terug in zee." 

Wie deze documentaire niet heeft gezien, heeft niet geleefd. Hierbij dus het verzoek daar een uur voor uit te trekken. Over die harteloze vader, levend in politieke tegenstelling (want zij was fel tegen de apartheid die zijn regerende
Nasionale Party in stand hield), over die harteloze minnaars met hun dubbele moraal, over die manische, van haar moeder geëerfde depressiviteit met haar onontkoombare gevolgen en... over Nelson Mandela!

Bij zijn legendarische rede, kort na zijn vrijlating, voor het eerste democratisch gekozen Zuid-Afrikaanse parlement in 1994, zei hij
:

De zekerheid die met klimmende leeftijd komt, gebiedt me te zeggen dat ze onder degenen op wie we trots zijn een Afrikaner vrouw zullen vinden. Een vrouw die een bijzondere gebeurtenis tot kunst heeft gemaakt, die een Zuid-Afrikaanse was en tegelijk een African. Te midden van wanhoop was ze vol hoop. Geconfronteerd met de dood heeft ze die schoonheid van het bestaan omarmd. In de donkere dagen, toen alles verloren leek in ons land, toen velen weigerden om haar heldere stem te horen, beroofde ze zichzelf van het leven.


En hij noemde haar naam: Ingrid Jonker. En hij las, in Engelse vertaling, haar gedicht Het kind dat doodgeschoten is door soldaten bij Nyanga. Nadat haar vader haar in de zee had willen wegspoelen, onttrok Mandela haar uit de koude aarde van haar graf. Ingrid Jonker? Ja, Ingrid Jonker!
 
Tot slot, net als
Plant voor mij een roos André in vertaling van Gerrit Komrij, dat gedicht. Het bracht haar eindellijk de welverdiende erkenning en publiciteit. Maar... toen was zij al dood.

Het kind is niet dood
het kind heft zijn vuist naar zijn moeder
die AFRIKA schreeuwt     de geur schreeuwt
van vrijheid en heide
in de townships van het omsingelde hart

Het kind heft zijn vuist naar zijn vader
in de optocht van de generaties
die AFRIKA schreeuwen     de geur schreeuwen
van gerechtigheid en bloed
in de straten van zijn gewapende trots

Het kind is niet dood
noch bij Langa noch bij Nyanga
noch bij Orlando noch bij Sharpeville
noch bij het politiebureau van Philippi
waar het ligt met een kogel door zijn hoofd

Het kind is de schaduw van de soldaten
op wacht met geweren pantserwagens en knuppels
het kind is aanwezig bij alle vergaderingen en wetgevingen
het kind loert door de vensters van huizen en in de harten van moeders
het kind dat alleen maar wilde spelen in de zon bij Nyanga is overal
het kind dat een man is geworden trekt door heel Afrika
het kind dat een reus is geworden trekt door de hele wereld

Zonder pas



Archief 2017