Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 5 - Anna Enquist: Pavane

maandag 30 januari 2017

Canon, sonate, koraal, je bouwt
van geluid een vertrouwde woning;
de sarabande je hartslag, je adem.

De pavane past als je huid, het requiem
vormt een harmonisch tapijt. Geen huis
hechter, geen steviger bouwsel van tijd.

Ook zij had met muziek haar wanden
behangen. Werd ze op straat, tussen
herrie en stank, door liedjes gewiegd?

Pergolesi en Prince. Op de zachte
matras van stenen verging ze,
veilig en warm, in een kooi van klank.

2013


Onlangs noemde ik hier dat flutbundeltje van Jules Deelder, uitgegeven t.g.v. Poëzieweek 2017. Ik keek gisteren na wat de eerdere CPNB-gedichtencadeaus waren. Nou, toen nam de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek de poëzie wèl serieus: nieuw werk van Remco Campert (en hier en hier en hier), Judith Herzberg (en hier en hier), Rutger Kopland (en hier), Gerrit Kouwenaar, Joke van Leeuwen en.. Anna Enquist. Haar uitgave is die van 2013: Een kooi van klank.

Dat ik Anna Enquist (pseudoniem van Crista Broer, 1945) nog niet besproken heb in deze rubriek, is opmerkelijk, want ik vind haar een bijzondere dichteres. Daarnaast ken ik haar als Crista, want ze is bevriend met beste vrienden.

In 2013 was het thema van de Poëzieweek Muziek. Crista Broer studeerde klinische psychologie in Leiden, maar daarna ook piano en cello aan het Haags Conservatorium. Haar muzikale loopbaan week voor haar werk als psychoanalytica en schrijfster (ook romans), maar de muziek is altijd een grote rol blijven spelen in haar boeken en in haar leven. Zo is haar man (de Zweed Bengt Widlund) cellist van beroep en zelf treedt zij op met pianist Ivo Janssen in literair-muzikale voorstellingen. En zij speelde heel veel samen met haar dochter Margit. Ja, speelde...

In de zomer van 2001 sloeg het noodlot toe toen Margit, 27 jaar, op de Dam in Amsterdam om het leven kwam bij een verkeersongeluk. Een rechtsafdraaiende vrachtwagen zag de fietster over het hoofd. (Mede dankzij oproepen van Broer is daarna de dodehoekspiegel verplicht gesteld.) 

In bovenstaand gedicht, waaraan de bundel de titel ontleent, komen hun gezamenlijke liefde voor de muziek en de ramp van haar leven indrukwekkend samen. Met de muziek die beiden zoveel houvast geeft - ook zij had met muziek haar wanden behangen -, bouwt de dichteres een kooi van klank voor haar stervende dochter. Als troostende gedachte voor de moeder dat die kooi de herrie en stank op straat verdrong, zodat haar kind veilig en warm stierf op de zachte matras van stenen.

De werkelijkheid kun je naar je hand zetten met muziek en met poëzie. Anna Enquist moest wel, want met de realiteit zelf valt voor Crista Broer sindsdien geen dag te leven.

Hoed je voor de herhaling, de kwaadaardige
dageraad, het opdoemen van dreigende
maaltijden op de eettafel, verzet je

tegen de film van haar einde zodra je ligt,
elke nacht weer - sta op, weiger. Keer
op keer zal het niet baten. Neem dan plaats 

aan de vleugel en vlucht in je vingers. Ga
noten vertalen, beperk je tot het bescheiden
hernemen van hooguit twee maten.

Gaandeweg vreet de frase je op. Je glipt
door de spijlen van klank die je opricht,
geduldig, heilzaam de noten herhalend.


O, hoe mooi. De kooi is gebouwd tot een kooi van klank om te sterven. En nu, in de muziek: je glipt door de spijlen van klank die je opricht om voort te leven.   
Geen dichteres heeft, al vanaf haar debuut Soldatenliederen (1991), zo indringend geschreven over het elkaar, noodgewongen natuurlijk, moeten loslaten van dochters en moeders: van buik tot borst, van speen tot tafel, van thuis tot school, van puber tot studie, van terloops tot bllijvend lief, van kamer tot huis, van - maar toen stond daar de dood...
 

Archief 2017