Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 4 - Charlotte Van den Broeck: Acht

donderdag 26 januari 2017

niet overhellen, nu de avond het licht en ons de adem afknelt
stootblauw het vel, aangeslagen oorlogsgetrommel van wat faalt in ons
het huis laat zich verdelen in bananendozen en bezitttelijke voornaamwoorden
de boekenkast in links en rechts
van jou de landkaarten, de Russen en het oeuvre van Márquez
ik krijg woordenbeoeken in alle talen, de biografieën van dictators
en ja, de poëzie, die juist nu hardnekkig staat te zwijgen, je vraagt nog:
welke vogel stak ook weer de snavel in zijn eigen borst?
ik kan niet op de pelikaan komen
weet nu dat rouw begint bij het stoten van de elleboog
en doortrekt tot in de vingertoppen
om nieuwe aanrakingen vooraf al te verdoven

2017



Met het verschil van waardering voor poëzie in Nederland en Vlaanderen eindigde ik deze rubriek gisteren en dat was niet voor niets. De
CPNB- de Stichting Collectieve Propagande van het Nederlandse Boek -biedt kopers van gedichtenbundels t.g.v. Poëzieweek 2017 een geschenk aan: Rotterdamse kost van Jules Deelder. Wat een flutuitgave. Ik denk dat Deelder daar goed aan verdiend heeft en lacht in zijn vuistje: uurtje werk.

Nee, dan Vlaanderen. De dichteres Charlotte Van den Broeck, pas 25 jaar jong, presenteerde deze januarimaand haar tweede bundel, getiteld
Nachtroer, genoemd naar een Antwerpse nachtwinkel, lezen we op de achterkant. 
Wat een bundel! N
a de eerste cyclus, getiteld
Acht, zat ik zelfs stuk., Die reeks bestaat uit acht gedichten over het ontmoeten van de grote liefde, acht jaar eerder, tot het afscheid van hem. Of nee, acht gedichten vanaf het verlaten tot aan het verbinden. Heel geraffineerd opgebouwd dus, als een film die je terugdraait: teruglopend van bovenstaand gedicht VIII, waar de spullen verdeeld worden, via de onverwachte verwijdering naar het hartstochtelijk beminnen (gedicht IV):

buiten buigt de storm de palmbomen om, een bungalow op Lanzarote

vormt zeven dagen lang een cocon voor de kou van thuis in februari
overdag slapen we bij voor de nachten waarin ons kolkend lichaam
- roekeloos en twintig - de vulkanen op het eiland evenaart


En dan verder terug naar gedicht
I - omdat de volgorde zich omkeert ook het enige dat met een hoofdletter begint. Terug naar het pas ontmoeten: ik vermoed dat wij het zijn, acht jaar geleden, maar ze lijken zo sterk op onbekenden...

Op het veld liggen een jongen en een meisje die aan vroeger doen denken
ik vermoed dat wij het zijn, acht jaar geleden, maar ze lijken zo sterk op onbekenden
dat ik niet naar hen toe loop om te zeggen dat ze het fout onthouden hebben
die dag trokken geen vogels over, geen sneeuw of ijs op het veld, oktober nog
het riet rond de vijver verderop stond halfhoog en dor, op de achtergrond
in intervallen het geluid van een trage auto op de steenweg, verder niets
ik zeg hen niet dat zij hier tussen de laatste muggen en de eerste kussen
namen voor de kinderen zal bedenken, niet dat de werf ondertussen
een siloconenfabriek werd, of dat hij haar hand alvast moet loslaten opdat het went
voor later, waneeer ze elkaar enkel nog per ongeluk en met ongemak
zullen aanraken, ik zeg niets, want precies zo, zoals ze daar liggen, was het ook:
de overgave, het blinde licht in de middag en later daarover de gedichten.


Tja... ik zeg hen (al moet dat natuurlijk hun zijn) niet [...] dat hij haar hand alvast moet loslaten opdat het went voor later, wanneer ze elkaar enkel nog per ongeluk en met ongemak zullen aanraken... Alleen zo'n zin snijdt toch al in je ziel..Deelder is al opgeruimd; Van den Broeck blijft binnen handbereik. 



 

Archief 2017