Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 3 - Sebastiene Postma: V

maandag 16 januari 2017

De wekker gaat om zeven uur.
Ze moet om negen uur op haar werk zijn.
Ze ontbijt en staat kort onder de douche.
Ze brengt de kinderen naar school.
Op kantoor moet ze honderden e-mails
beantwoorden en opdrachen afhandelen
om te zorgen dat de trap schoon blijft.
De trap moet er niet armoedig uitzien.
Als men modderafdrukken vindt is het haar schuld.
Toen Ted Hughes in Cambridge studeerde
en hij tot diep in de nacht bij het licht van een bureaulamp
naar wit papier had zitten staren,
droomde hij daarna dat hij nog steeds aan zijn bureau zat
en dat een gewonde vos zijn bebloede poot
als een mensenhand op het papier voor hem legde
en zei: 'Stop this - your are destroying us."
De pootprent glansde nat op het vel.
Na het werk doet ze boodschappen. Ze sjouwt
de zware tassen omhoog en kookt snel. De kinderen
houden niet van groente. Ze doet de afwas, hangt
de was op en legt de kleren neer voor de volgende dag.
De wekker gaat om zeven uur.

Het kenmerk van een groot dichter of denker
is volgens Keats het negatieve vermogen
om de rest buiten de trap te gedogen - twijfel.
De dichter moet loosheid ontwikkelen.
Niet alles heeft gelijke aantreden op de klimlijn.
Men moet een poging doen de strop te ontvluchten.
Maar de balusters zijn niet door te vijlen zoals tralies.
Om aan onfeilbaarheid te ontsnappen
zou je beide poten moeten afknagen.

Hoe komen we zonder voet op een verdieping?
Moeten we de bloedafdruk koesteren?

2015


Waarschijnlijk was in 2015 een recensie van Trappen, het late poëziedebuut van Sebastiene Postma (1957), de aanleiding om die gedichtenbundel te kopen. De achterflap vertelt dat zij werkzaam is aan de Universiteit van Amsterdam en Wijsbegeerte studeerde. Gezien de thematiek van Trappen zou je eerder denken dat zij gespecialiseerd is in de Romantische Engelse literatuur, want haar bundel staat bol van 19de eeuwse dichters en andere schrijvers (plus een enkele beeldhouwer, filosoof en kerkvader Augustinus).
39 romeins genummerde titels en misschien zelfs wel
XL als je het bijzondere namenregister meetelt.

Hughes, Ted (1930-98). Dichter, lees je daar, een van de weinige niet-19de eeuwers, in tegenstelling tot Keats, John (1795-1821. Dichter, want ook diens naam valt in het bovenstaande gedicht. Hughes... Is die ze dan...? Ja, natuurlijk: Plath, Sylvia (1932-63). Dichter. Het helpt erg als je een beetje thuis bent in de levens van alle personen die Postma in haar gedichten voorstelt, want meer dan die summiere informatie - naam, geboorte- en sterfjaar en beroep - krijg je niet.

Een recensie van
Trappen was de reden de bundel te kopen en toch waren de kritieken helemaal niet zo lovend. Recensenten vinden de gedichten te bedacht, te gekunsteld, zelfs nogal geforceerd door steeds weer diezelfde vorm. Drie strofen: de eerste, veelal langste, met een anekdote uit dat schrijversleven, de tweede, vaak iets kortere, met een reactie van de dichteres daarop en de derde, steeds een distichon, met een conclusie als een wandtegeltje. Toch kocht in Trappen niet alleen, de bundel verdween ook nog steeds niet in een stapel of kast en bleef voor het grijpen.

Dat had te maken met bovenstaand gedicht over Hughes & Plath. Het is het vijfde. Daarin speelt
de trap een essentiële rol. Net zoals in alle XXXIX gedichten uit Trappen en zelfs het boekomslag (zie foto onderaan). De trap in de betekenis van treden, want die voeren de personages zowel omhoog als omlaag, letterlijk en zeker ook figuurlijk!, want ze klimmen op, dalen af en... ze vallen. Eveneens in de betekenis van een ladder, een stap, een voetspoor. Maar ook een schop en, naar het Engelse tree, een val (maar nu letterlijk) en daarmee de strik, de klem, de strop die er de aanleiding voor is dat een vos zijn eigen poot afknaagt om zich te bevrijden.

In dt gedicht droomt de opgevoerde dichter
dat een gewonde vos zijn bebloede poot als een mensenhand op het papier voor hem legde
. En de dichteres van de bundel stelt uiteindelijk de vraag: Hoe komen we zonder voet op een verdieping? (Weer die treden dus.) En: Moeten we de bloedafdruk koesteren?(Weer die vossenstrik.) 

Wat zegt dit over Hughes & Plath? Sylvia Plath leed aan depressies. Moet ze daarom z
orgen dat de trap schoon blijft. De trap moet er niet te armoedig uitzien. Als men modderafdrukken vindt is het haar schuld? En die kinderen? Voordat Plath zelfmoord pleegde, had ze nog eten voor hen gekookt en klaargezet. De kinderen houden niet van groente
Ted Hughes was schuldig aan Plath' dood, vonden velen, door zijn geldingsdrang. Zegt de gewonde vos daarom:
Stop this - you are destroying us?  Er staat immers us en niet me. En hij zou haar gedichten postuum zijn gaan uitgeven om er zelf beter van te worden. Heeft daar die strop mee te maken? Niet alleen die van de vos, maar ook...? Men moet een poging doen de strop te ontvluchten. De vos is dat in elk geval niet gelukt.

Ik zeg het vaker in deze rubriek: bij poëzie gaat het er meer om jezelf vragen te stellen dan om de juiste antwoorden te vinden. Zo denk ik ook dat het vervolg van de bundel mij duidelijk gaat maken dat Ted Hughes & Sylvia Plath (& John Keats) slechts enkele van vele karikaturen zijn die Postma in haar gedichten opvoert om uiteindelijk tot één personage van vlees en bloed te komen. En of zij dat nu zelf is... En waar die vos het symbool van is...

Mijn personage bleef vooralsnog steken bij gedicht
V en dat laat mij nog niet los. Omdat het over Hughes & Plath gaat. En waarom nu juist die twee... Op hen kom ik eerstdaags terug. 


Archief 2017