Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 3 - Friso Wiegersma: Het lachen

zondag 15 januari 2017

Het lachen dat wij samen deden,
het is voorbij, het is voorbij...
En wat wij waren, ik en jij,
is onherroepelijk doorgesneden...
Nu is de winter ingetreden:
een bar en bitter jaargetij.
Het lachen dat wij samen deden,
het is voorbij, het is voorbij.
Maar uit een ver voorbij verleden
komt altijd weer omhoog in mij,
als water in een woestenij,
een lachen, lachen zonder reden,
het lachen dat wij samen deden.

Nu dat het lachen mij vergaat
en mij het huilen nader staat...
Nu alles mis is, alles mis
en niets meer, niets meer over is
van alles wat wij samen waren,
van alles wat, weloverdacht,
was opgewekt, tot bloei gebracht...
Nu van die tuin, van onze tuin
niets over is dan enkel puin
en dode bloemen, dode blaren...
Nu alles weg is en verloren,
blijf ik - de hemel weet waarom -
nog steeds dat lachen in mij horen...

Het lachen dat wij samen deden...
(zie strofe 1)

Nu ik weer leer alleen te zijn,
om 's morgens op te staan met pijn,
te werken - enkel met het doel:
verdoving van teveel gevoel...
Nu van mijn vrienden, geen van alle,
nog redden kan wat is vergaan,..
Nu ik weer voor dat bed moet staan,
met teveel pillen, teveel drank
en 't weten dat ik, godzijdank,
straks weer een keer in slaap mag vallen...
Nu alles weg is en verloren,
blijf ik, de hemel weet waarom,
nog steeds dat lachen in mij horen.

Het lachen dat wij samen deden...
(zie strofe 1)


Natuurlijk kende Friso Wiegersma (1925-2006) dit gedicht van Bert Schierbeek:
Maar we zouden... Toch schreef hij Het lachen dat we samen deden. Het lachen dat wij samen deden... Die ander is Wim Sonneveld, Wiegersma's levenspartner. Maar Wiegerma schreef het lied speciaal voor Willem Nijholt, die met Sonneveld optrad. Ook hij is een van wij samen

Aan het einde van het twee-rijmregelige refrein staat er: 
Maar uit een ver voorbij verleden komt altijd weer omhoog in mij, als water in een woestenij, een lachen, lachen zonder reden, het lachen dat wij samen deden. In de eerste publicatie van deze liedtekst, in de bloemlezing Ik zou je het liefste in een doosje willen doen (1998), maakten samenstellers Jacques Klöters en Kick van der Veer, daarvan: komt altijd weer omhoog in mei. Toen ik dat las, dacht ik: beetje weinig verdriet meegemaakt als je dat denkt te kunnen reduceren tot een maand in plaats van levenslang! In latere drukken is die fout hersteld.

Ook ik ben de tekst overigens niet trouw. Wiegersma schrijft overal 
we en me in plaats van wij en mij. Dat heb ik nooit gesnapt, want alleen al in de eerste strofe krijg je zomaar een ij-rijm cadeau als je kiest voor de spellling die ik volgde.

 

Archief 2017