Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 2 - Anneke Claus: Laat me raden

woensdag 11 januari 2017

Een veearts kneep nietsvermoedend in mijn hart en schrok: 'Het is nog zacht", zei hij. "Is dat een slecht teken?", vroeg ik. De veearts schudde zijn hoofd: "Nee, eerder abnormaal."

Hij nam mijn hand en liet mij het zijne voelen, dat inderdaad zeer hard was. We keken elkaar angstig aan.

Na de seks bekende hij dat ik hem aan zijn vader deed denken, die ook tot op hoge leeftijd een opmerkellijk zacht hart had gehad. Pas toen hij geen noot meer kon lezen, hardde het goed uit.

We besloten er niet meer over te spreken. We besloten er alleen nog maar over te aaien.

2016


Laat me raden geef ik als titel. Vollediger is: Laat me raden (niks zeggen) je instrument is de viool.

Het Amsterdamse ontwerpbureau
Dog and Pony tekent voor het boekomslag. Zie hier:


Natuurlijk lees je Penis in de tweede regel. Dat staat er niet, maar door de gewiekste typografie - een verkleinglas in plaats van een vergrootglas, ook dat is poëzie! - en door dat woord Mannen vlak daaronder lijkt het er wel te staan. De titel is:

Begra
fenis
van de
mannen

Mooi gevonden, want deze poëziebundel van de jonge Groningse dichteres Anneke Claus (1979) - wat een voorrecht als dichteres, dat je Claus heet - gaat er helemaal over. Ze begraaft (in figuurlijke zin godzijdank) de penissen van zowat alle mannen die in haar leven een rol speelden: van vaders tot broers, van vrienden tot minnaars van heel even tot heel veel langer.

Steeds die stijl: die dóórlopende regels, alsof het anekdotes zijn in plaats van gedichten, tot aan het dankwoord aan toe, dat op het eerste gezicht het slotgedicht lijkt te zijn. En tussendoor ook nog eens, hoe in strijd met alle poëziewetten, illustraties (van Bart Nijstad), met als hoogtepunt dit beeld, waar de man (en nu wèl letterlijk) wordt geplet.
 



Begrafenis van de mannen is Anneke Claus' derde bundel sinds 2008, terwijl ik acht jaar later dus pas voor het eerst kennis met haar maak. Zij keert binnenkort terug in deze rubriek, want er valt voor mij nog veel aan haar werk te ontdekken, ook door de onontkoombare sensualiteit ervan. Voor vandaag nog één gedicht, onder de intrigerende titel Bij nader inzien vond ik de film toch beter:

Omdat ze zo'n leuk snoetje had, kwam mijn knappe vriendin Sarita altijd wel ergens aan de bak. Ze droeg ook wel èrg strakke rokjes, maar dat terzijde. De jaren vijftig liggen achter ons.

Overigens twijfelden we nooit aan haar kunnen. Behalve mooi was ze namelijk ook opvallend getalenteerd. Precies, voorkomend en ter zake kundig. Het leed geen twijfel dat ze ooit een lieve, zorgzame moeder en echtgenote zou worden.

Niets van dit alles was mijnheer-je-weet-wel-wie ontgaan. Hoe kan het ook anders? Hij ketende Sarita vast aan zijn bureau en legde uit dat het een aanrecht was. Ze vroeg niet eens of haar bril af mocht. Ze maakte ritmische afwasbewegingen met de hoorn van de bedrijfstelefoon en kermde van genot.





  

Archief 2017