Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 1 - Hans Lodeizen: Je hebt me...

zaterdag 07 januari 2017

Je hebt me alleen gelaten
maar ik heb het je al vergeven

want ik weet dat je nog ergens bent
vannacht nog, toen ik door de stad
dwaalde, zag ik je silhouet in het glas
van een badkamer

en gisteren hoorde ik je in het bos lachen
zie je, ik weet dat je er nog bent

laatst reed je me voorbij met vier
andere mensen in een oude auto
en ofschoon jij de enige was die 
niet omkeek, wist ik toch dat jij
de enige was die mij herkende de enige
die zonder mij niet kan leven

en ik heb geglimlacht

ik was zeker dat je me niet verlaten zou
morgen misschien zul je terugkomen
of anders overmorgen of wie weet wel nooit

maar je kunt me niet verlaten


Een gedicht dat ik al met mij meedraag sinds begin jaren zeventig. Toen hoorde ik het Joop Admiraal declameren op de registratie van het fameuze theaterprogramma Shaffy Chantant (1969), dat hij bracht met Ramses Shaffy, Liesbeth List e.a.

Van Hans Lodeizen (1924-1950) dus, dichter die slechts 26 jaar werd. Auteur van maar één bundel gedichten, getiteld
Het innerlijk behang (1950). Veelzeggende titel, want zijn gedichten zijn persoonlijk, romantisch, melancholisch - ons innerlijk behang. Na zijn dood liet hij nog zo'n vijfhonderd ongepubliceerde gedichten achter, waarvan een aantal is opgenomen in Het innerlijk behang en andere gedichten (1952) en in Nagelaten werk (1969). Pas in 1996 verschenen De verzamelde gedichten

"Bedrieglijke eenvoud" is wel over zijn schrijfstijl gezegd. Dat geldt ook voor dit gedicht. Eenvoudige woordkeus, maar wel met een verpletterende emotionele lading. Althans, zo heb ik het alltijd gevoeld.

De verlatene richt zich rechtstreeks tot zijn voormalige geliefde:
je hebt me alleen gelaten. De breuk zal van kort geleden zijn en hij kan daar (nog?) niet mee leven. En dus denkt hij haar te zien (in het glas van een badkamer), te horen (lachen in het bos) en bij zich te weten (omdat jij zonder mij niet kan leven)... 

Wat een treurig gedicht heb ik dit altijd gevonden. De verlatene die zeker weet dat zij niet zonder hem kan:
morgen misschien zul je terugkomen of anders overmorgen, want je kunt me niet verlaten. En dat terwijl zij hem verlaten heeft en hij beseft dat zij inmiddels met anderen verkeert; mannen met wie zij lacht in het bos (en zie daar heus maar een erotische boodschap in) en met wie zij hem passeert zonder hem zelfs maar een blik waardig te gunnen: jij was de enige die niet omkeek. Maar toch: jij was de enige die mij herkende, de enige die zonder mij niet kan leven

Een gedicht in eigenlijk maar twee regels, de eerste en de laatste:
je hebt me alleen gelaten, maar je kunt me niet verlaten. De verlatene kan het onvermijdelijke maar niet aanvaarden. Daartussendoor lezen wij hoe hij door de stad dwaalde, omdat ik weet dat je nog ergens bent

Er is een reden waarom ik vandaag voor dit gedicht kies. Er ligt een ander gedicht klaar op tafel, maar de vriend die gisteravond laat wanhopig belde, kampt - hoe kan het anders? - met een ernstig tekort aan werkelijkheidsbesef. Het kan toch niet dat hun liefde vootbij is, dat hij het verdriet om haar in zijn eentje het hoofd moet bieden? Het ondraaglijke is toch niet te dragen; het onverdraagzame toch niet te verdragen? 
Ja, zo begint het verschrikkelijke rouw- en verwerkingsproces: ontkenning, woede, verdriet... Pas daarna komt er ruimte voor de aanvaarding en zie je nieuw perspectief...

De verlatene in het gedicht verkeert, net zoals vriend, nog duidelijk in de allereerste fase: de ontkenning.
De buigzaamheid van het verdriet heet een ander gedicht van Lodeizen. Ja, dat is de verlatene hier ook aan het doen: hij buigt de feiten om, want elke andere gedachte maakt hem gek; met de realiteit valt op dit moment niet te leven.

"Bedrieglijke eenvoud", schreef ik al. Want de verlatene blijkt aan de hand van enkele tussenzinnen en -woorden toch echt al verder dan alléén de ontkenning. Zijn boosheid is er ook al, want in de regel
ik heb het je al vergeven klinkt natuurlijk een verwijt door, want anders valt er niets te vergeven. En aan het einde staat er: morgen zul je terugkomen of anders overmorgen. Maar in die zin is al het woord misschien geplaatst en opeens denkt hij: of wie weet wel nooit. Maar nee, de aanvaarding is nog ver weg, dus buigt hij de realiteit maar snel weer om: maar je kunt me niet verlaten.

Lieve vriend, Liefste en ik hebben gisteravond je onmacht beluisterd, je verdriet gehoord en je wanhoop gevoeld, Je hebt je teruggetrokken in je huis, met veel zelfmedelijden en waarschijnlijk met nog meer drank - als het dan moet, neem dan wel goede wijn en whiksy, want zelfvernietiging is wel het laatste wat helpt. Het is je allemaal gegund. En nadat je had opgehangen, hoefden wij elkaar alleen maar aan te kijken om in de ogen van de ander te lezen hoe pijnlijk dat voelt jou te horen huilen en voelen wanhopen. Dit omdat het ons zo hard herinnert aan de periode, nog niet zo lang geleden, dat ieder van ons op dezelfde manier leed als jij nu doet. Toen het pikdonker werd en wij ons nauwelijks konden voorstellen dat het ooit nog licht zou worden. Maar de zon gaat onder en... komt weer op. Heus!



Hans Lodeizen in de collectie van Frank Verhallen

Archief 2017