Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 51 - Menno Wigman: Promesse de...

dinsdag 20 december 2016

Ik in haar bed en zij die net de douche uit stapt.
Zoals zij loopt, zoals zij naakt het huis door loopt,
zo zullen vanaf nu de dagen lopen.

Ze neuriet en ik zit verhevigd in haar bed.
Oneindig wakker is ze, warm en trots en zacht
en mooi, zo mooi, ik krijg het niet gezegd.

Het is een liefde die. Het is een wonder dat.
En alles wat ik van een lichaam heb verlangd
staat voor mijn ogen naakt te zijn,

naakt en van mij. De kamer hijgt nog, geil en stroef.
Haar mond, gemaakt voor lippen en genot, haar mond,
haar stoere, hoogverheven mond staat goed.

2011


Hoeft geen naam bij te staan. Want zoals zij loopt, zoals zij naakt het huis door loopt, zo zullen vanaf nu de dagen lopen staat er en je weet al dat het een gedicht is van Menno Wigman (1966). Hij geldt, behalve als essayist en vertaler (van onder anderen Baudelaire, Thomas Bernhard en Rilke), als een van de grote Nederlandse dichters van dit moment.
Wigman is, ook in
Mijn naam is legioen (2012) en eveneens in dit gedicht uit die bundel, een woordenweger. 
Doorlopen is achteloos doorkruisen. "Kun je even doorlopen, alsjeblieft!". Maar doorlopen is ook bedachtzaam tot je nemen. "Ik heb de hele stof doorlopen."
Zij is het die daar
loopt en door-loopt en ook daardoor lopen zijn dagen voortaan anders. Ja, zij. Zij doet; hij ziet toe, observeert. Het is ook háár en niet zijn huis waarin zij zich bevinden, want zo begint het gedicht immers: Ik in haar bed. En hoe: ik zit verhevigd in haar bed. Ja, verhevigd: alweer zo'n typisch, maar zeer gewogen Wigman-woord. Want wat bedoelt hij? Voelt hij zich sterker doordat zij in zijn leven stapte en het besef: zo zullen vanaf nu de dagen lopen? Of is het dit éne moment, nu hij klaarwakker is en alles beleeft op de toppen van zijn zintuigen? Ik denk allebei.

In een interview vertelde Wigman dat hij dicht met binnen handbereik het waardevolste synoniemenboek (
Het juiste woord dus) en beste rijmwoordenboek (dat kan alleen Jaap Bakker zijn). Wigmans kracht is dat je daarvan in zijn poëzie nooit last hebt. Of verbaasde jou, beste lezer, die herhaling van dat lopen? En dacht jij soms dat dit gedicht niet rijmt? 



Archief 2016