Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 50 - Hagar Peeters: Afspraak

vrijdag 16 december 2016

Hij is niet op komen dagen.
Misschien werd hij ziek of liep hij
onder de tram, misschien sprak een ander
hem aan. Misschien vergat hij zijn horloge
of vergat het horloge hem de juiste tijd te geven.
Misschien wilde zijn auto niet starten
of begaf die het halverwege.
Misschien belde iemand hem juist voor hij vertrok,
met het bericht dat hij naar een crematie moest
of dat zijn moeder is overleden.
Misschien kwam hij een kennis van vroeger tegen.
Misschien had hij ruzie op zijn werk,
is hij ontslagen en heeft hij
zijn hoofd onder een kussen begraven.
Misschien stond de brug open en ook de volgende,
Misschien bleef het stoplicht op rood staan.
Misschien heeft de pinautomaat zijn pasje ingeslikt
of bleek hij onderweg zijn portemonnee vergeten.
Misschien was hij zijn bril kwijt
kon hij niet stoppen met lezen
was er een programma op tv dat hij af wilde zien
kreeg hij zijn huisdeur niet op slot
kon hij nergens zijn sleutelbos vinden
en begon plotseling zijn hond over te geven.
Misschien was er geen telefoon in de buurt,
kon hij het restaurant niet vinden
of zit hij per vergissing elders te wachten.
Misschien - de laatste onbegrepen
en onvoorziene mogelijkheid -
houdt hij niet langer van mij.

1999


Na Elisabeth Eybers, Marjolein van Heemstra, Patty Scholten en Miriam Van hee toch weer een dichteres: Hagar Peeters (1972). Genoeg gedicht over de liefde heette de bundel waarmee zij in 1999 debuteerde. Inmiddels zijn we vijf dichtbundels, een biografie en een roman verder. 

Intrigerend gedicht vond ik meteen, vooral door al in de tweede regel, zonder enige emotie, te veronderstellen dat haar vriendje misschien wel verongelukt is. Veel hebben die twee nog niet met elkaar opgebouwd, weet je meteen. Ook bijzonder: het weglaten van de interpunctie in de regels vanaf Misschien was hij zijn bril kwijt, want de opsomming die dan volgt, versnelt je naar het einde. Naar de enige mogelijkheid van alle misschienen natuurlijk: hij houdt niet langer van mij. Dat wisten wij al vanaf regel een en toch leven wij ademloos met haar mee tot aan de slotregel, wanneer ook zij het doorkrijgt.
 

Archief 2016