Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is
Carol Ann Duffy

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Nieuw is dat de dagen vanaf 1 januari 2019 zijn genummerd; op 31 december kom ik uit op 365.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 47 - Ed Leeflang: Het kind (4)

dinsdag 22 november 2016

Drie dagen twijfelde haar lichaam diep
en bleef een jaar van huis:
elke dag over dijken, zeventig
kilometer heen en terug,
een koorts die niet wist van wijken.

Ik moest afstuderen, dacht ik,
met rederijkers aan mijn hoofd;
hun toneel verwijst naar de zaligheid
en de zinnen die ons misleiden
ver van genade en geloof

verdriet brak de wereld af
en legde onze zinnen in het graf,
maar ik wilde niet mee
en schaamde me tevens: onder
die witte schorten ademden
de verpleegsters, in hun loop
over de gangen zat iets gedrevens;
ik begeerde wel niet, maar toch
ik wist: mijn levenswil eerder
dan mijn verdriet vernielt
straks onze levens. 

1979


Vierde gedicht van een cyclus van vijf over een ernstig geestelijke gehandicapte dochter, opgenomen in De hazen en andere gedichten, het poëziedebuut van Ed Leeflang (ook hier). In Bewoond als ik ben (1981) volgt, onder de titel Een groene linnenkast, nog een cyclus van zeventien gedichten, ook dan ingeklemd tussen de andere gedichten. Ingeklemd, letterlijk en figuurlijk, want de studerende vader realiseert zich dat zijn huwelijk het gaat verliezen van zijn ambitie. Het ongeluk dat hen beiden treft, verbindt niet maar scheidt: mijn levenswil eerder dan mijn verdriet vernielt straks onze levens.   

Archief 2016