Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 46 - Jacques Brel: Orly

woensdag 16 november 2016

[Jacques Brel zingt Orly]

[Vertaling: Ernst van Altena]

Er zijn hier duizenden
Ik zie alleen die twee
De regen heeft ze vast
Daar aan elkaar gelast
Er zijn hier duizenden
Ik zie alleen die twee
Ik weet ook dat ze praten
Hij zegt: "Ik hou van jou"
Zij zegt: "Ik hou van jou"
'k Denk dat ze bezig zijn
Elkaar niets te beloven
Die twee daar zijn te tenger
Om onoprecht te zijn

Er zijn hier duizenden
Ik zie alleen die twee
En dan opeens huilt hij
Hij huilt zijn ogen uit
Ze staan nu in een kring
Van papzakken vol zweet
En haters van de hoop
Die lachen hen daar uit
Maar zij staan er verscheurd
Subliem in hun verdriet
En vrezen 't oordeel niet
De buitenwereld niet

Het leven zet ons vaak een hak
En god nog toe, Schiphol is triest
En treurig
Al speelt er ook muzak

En nu huilen ze beiden
Ze huilen allebei
Daarnet was 't alleen hij
Toen ik ook sprak van 'hij'
Verdiept als ze nu zijn
Horen ze niets meer dan
Het snikken van de ander
En dan... en dan oneindig traag
Als twee biddende lijven
Oneindig langzaam ja
Scheiden die lijven zich
En door zich zo te scheiden
Scheuren ze van elkaar
Ik zweer u dat ze gillen

Dan smelten ze weer samen
Ze worden weer één lijf
Ze worden weer één vuur
Opnieuw scheiden ze zich
Met de ogen nog gebonden
Maar dan trekt hij zich terug
Zoals de zee bij 't ebben
En hij voltrekt het afscheid
Hakkelt nog een paar woorden
Wuift met een vage hand
En slaat dan op de vlucht
Met overhaaste stap
Opeens is hij verdwenen
Verslonden door de trap

Het leven zet ons vaak een hak
En god nog toe, Schiphol is triest
En treurig
Al speelt er ook muzak

Opeens is hij verdwenen
Verslonden door de trap
En zij, zij blijft daar staan
Leeg hart en open mond
Maar zonder kreet of woord
Zij kent haar eigen dood
Zij heeft die net ontmoet
En dan draait zij zich om
En draait zich nog eens om
Haar armen hangen slap
En ze is duizend jaar
Haar deur zit weer op slot
Haar licht is uitgegaan

Ze draait zich om haar as
En daarbij weet ze al
Dar ze zal blijven draaien
Ze heeft mannen verspeeld
Maar nu verspeelt ze 'n liefde
Dat zei de liefde zelf
Weer is ze nutteloos
Ze zal wel plannen maken
Er komt weer nieuwe hoop
Maar nu is ze weer kwetsbaar
En straks is zij te koop
Ik sta daar, kijk haar na
Ik kan niets doen voor haar
In wie de massa bijt
Als in een beurse peer


In zijn mooiste lied, Orly, zingt Jacques Brel over twee mensen die de chansonnier afscheid van elkaar ziet nemen op het vliegveld van Orly. In de verrekhal grijpen een man en een vrouw zich aan elkaar vast, laten los, gaan uiteen, komen terug, smelten weer samen, scheiden zich opnieuw en dan voorgoed... "Brels Orly is een langzame danse macabre die duidelijk maakt dat weggaan soms hetzelfde is als sterven", schrijft journalist Pieter Steinz in 1996 in NRC-Handelsblad en noemt het lied het droevigste afscheidslied dat hij kent.
Wat Pieter Steinz en vertalers als Ernst van Altena en Benno Barnard zich onvoldoende hebben gerealiseerd, is dat het lied een nog diepere betekenis in zich herbergt. In
Orly staat namelijk niet de liefde, maar de dood centraal. Het lied is werkelijk een Danse Macabre, een dodendans. Het leven, gesymboliseerd door die drukke aankomst- en vertrekhal, draait door, maar voor een mens komt het leven stil te staan.

Ze weet wat dood zijn is 
Ze is daarnet vermoord
Kijk maar: ze draait zich om
En draait zich nogmaals om
Haar armen tot de grond
Ze is oud, wel duizend jaar
De deur schuift nogmaals dicht
Kijk, ze ziet nergens licht
Ze draait zich om en om...


Orly staat op Brel, Brels laatste langspeelplaat, uit 1977. Drie jaar eerder, eind 1974, was longkanker bij hem geconstateerd en hij wist dat hij niet lang meer zou leven. Voir un ami pleurer, van diezelfde prachtplaat, wordt beschouwd als Brels ultieme afscheidslied, maar Orly is dat nog veel meer.
Jan Mesdag zong
 Voir un ami pleurer (als Het huilen van een vriend), maar ook Orly (als Schiphol) op zijn cd Jan Mesdag zingt Brel uit 1988. Ook Mesdag wist dat hij niet lang meer zou leven. De zanger, die onder meer een hoofdrol had in de musical De zoon van Louis Davids, stierf vier maanden later, een paar dagen voor zijn 35ste verjaardag. Een cd maken met repertoire van Brel, was zijn laatste wens. Daarbij wilde hij vooral putten uit dat laatste, zo imponerende repertoire van Brel, geschreven met de kanker in zijn lijf. Mesdags cd verscheen zonder dat het grote publiek wist dat hij stervende was. Ernst van Altena schreef speciaal voor hem een aantal nieuwe vertalingen, zoals van Orly, een lied waar tot dan toe geen Nederlandse zanger of vertaler zich aan had gewaagd. En na Mesdag heeft alleen Rob van de Meeberg het nog gezongen in het Brel-programma In de schaduw van Brel (2004), maar daarna is het chanson weer in de vergetelheid geraakt.

Niet alleen Ernst van Altena heeft
Orly vertaald, maar ook dichter Benno Barnard. Hij deed dat letterlijker, nauwkeuriger en mooier. Van Altena verplaatste de locatie van het lied naar het metrisch nogal ongelukkig gekozen Schiphol. En ronduit lelijk zijn sommige 'poëtische keuzes', zoals de zin waarin hij de zee laat 'ebben'. Ook ontging Van Altena Brels allusie in het refrein. Brel verwijst naar Gilbert Bécauds lied Dimanche à Orly. Dat gaat over een man die zijn zondagen doorbrengt op de Parijse luchthaven. Benno Bernard vertaalt:

Nee, niets doet het leven cadeau
En god wat is dat triest
Orly zondags
Zonder of met Bécaud

Toch heeft ook Benno Barnard onvoldoende gezinspeeld op de diepere betekenis van de afscheidsdans op die locatie, met die twee magere mensen versus het vette volk (strofe 1 en 2) en met een definitief slotakkoord, waarin (in strofe 3) dat lichaam verschrikkelijk langzaam uit elkaar valt. Oké, een vertaler vertaalt wat er staat. Maar toch... Soms staat er niet wat er stáát, om met de dichter Martinus Nijhoff te spreken. 
Op het eerste oog en oor nemen een man en een vrouw afscheid van elkaar op een vliegveld, misschien heftiger dan de meeste mensen doen, maar zeker niet uniek. Maar wie dieper graaft, leest en hoort De Dood zijn Dodenmars opvoeren met een vrouw... Ook niet uniek trouwens, want De Dood danst wat af, maar in Brels setting wel heel bijzonder. Niet eerder liet hij Liefde en Dood zo innig met elkaar vrijen.

En dan verlaat hij haar
Zoals de zee het land
Hij slikt een afscheid in
Hij spuugt een afscheid uit
Zwaait met een zwakke hand
En plotseling vlucht hij weg
Vlucht in zijn eigen stap
En dan verdwijnt hij echt
Verzwolgen door de trap

Waarom reik ik deze doodslyriek aan voor dit feestboek
[*]? Omdat ik graag zou zien dat Herman van Veen dit lied in vertaling op zijn repertoire zet. Waarom Herman? Niemand heeft in het theater vaker met De Dood en met Jacques Brel gedanst dan hij. Laat hem hen nog eens samenbrengen.


-----

Ik koos hierboven, ondanks alle genoemde bezwaren, toch voor de vertaling van Ernst van Altena, zoals afgedrukt in het tekstboekje bij de cd van Jan Mesdag. Met Mesdags uitvoering is die immers al 'zingbaar' gebleken. Maar Schiphol als titel en in het refriein moet weer Orly worden. En ook aan dat 'ebben' moet Herman iets doen. Meer in de stijl van Barnard: En dan verlaat hij haar, zoals de zee het land.




-----

De strofen in dit commentaar komen uit de vertaling van Benno Barnard, afgedrukt in het boek
Jacques Brel. Ne me quitte pas. Laat me niet alleen, in 2004 verschenen in de Pluche-reeks van Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. 





-----

[*]
In 2004 gescrheven t.g.v. de zestigste verjaardag van Herman van Veen. Zestig personen die "in zijn leven van bijzondere betekenis zijn" leverden een bijdrage voor het boek dat in een oplage van 61 verschillende (en dus unieke) exemplaren verscheen. (Zie foto's.)

Archief 2016