Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Sinds de zomer van 2017 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Sinds eind mei 2018 bestaan de series van 120-woordenberichten een korte periode niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, zij het wel per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF 2018 (zie onderaan deze pagina) ga je naar
de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 45 - Kraai

donderdag 15 november 2018

In de zaterdagse Tijd-bijlage van Trouw tekent Mickelle Haest, onder de titel De Kraai, wekelijks de ervaringen op van een Amsterdamse uitvaartverzorger. Die van zaterdag jl. (10 november) vond ik grappig en ontroerend tegelijk. 
Een dochter en een zoon hebben een jaar geleden hun moeder verloren en nu hun vader, die na de dood van zijn vrouw begon te dementeren en daarbij agressief tegen en onuitstaanbaar voor zijn twee kinderen en hun partners werd. Hij stond op de wachtlijst voor opname in een huis voor dementerenden toen hij plotseling overleed. Maar dat is niet wat mij vrolijk maakte en ontroerde. Dit wel:

Op de uitvaart spreekt de zoon liefdevol en onverbloemd over de laatste periode van zijn vaders leven. Alles wat moeilijk is geweest, vergoelijkt hij met de liefde die er vóór die tijd was. Na een ingetogen muziekstuk kondig ik de schoondochter aan. Ze komt naar voren met een rieten mandje. Vooraf heeft ze me gevraagd om een leeg tafeltje voor de kist te zetten. 
Ze draagt een gedicht voor. Het gaat over alle mensen die het moeilijk hebben. Een mooi gedicht, maar het heeft geen betrekking op haar schoonvader. Erna kijkt ze de zaal in. “Wij hebben ook mensen in onze omgeving die het moeilijk hebben. Daar ga ik een lichtje voor opsteken.” Ze haalt een waxinelichtje uit het mandje, steekt het aan en zet het op het tafeltje. 
“Dit is voor onze nicht die vorig jaar op nog maar 58-jarige leeftijd is overleden.” Ze pakt een volgend lichtje. “En dit is voor jou.” Ze wijst naar een man in de aula. “Want hij ondergaat allemaal onderzoeken en we hopen maar op een goede afloop.”
De man slikt, een aantal mensen begint op hun stoel te schuiven. “Dit is voor mijn goede vriendin”, gaat ze verder. “En deze voor het meisje dat vorige week is verongelukt. Nog maar 12 jaar. En deze, deze… nou deze is voor jou.” Ze kijkt opnieuw de zaal in. “Ik weet dat je een moeilijke tijd doormaakt. Nu je man bij je weg is. We hoeven het er verder niet over te hebben, maar jij weet wat ik bedoel.” De vrouw op wie het betrekking heeft, barst in tranen uit.
Iedereen wacht tot de overleden man in de kist wordt genoemd. Negentien kaarsjes worden aangestoken. Als ze gaat zitten, heeft ze velen in de zaal genoemd, behalve haar schoonvader. 

Archief 2018