Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Sinds de zomer van 2017 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Sinds eind mei 2018 bestaan de series van 120-woordenberichten een korte periode niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, zij het wel per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF 2018 (zie onderaan deze pagina) ga je naar
de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 28 - Kai

zaterdag 21 juli 2018



We spelen het spelletje al een paar jaar, de jonge Mechelse herder en ik. Als ik naar het centrum loop of daarvan terugkeer, passeer ik zijn huis. Meestal ligt hij buiten op de loer en spitst zijn oren al als hij mij in zijn vizier krijgt. Dan staat hij op. Als ik vervolgens dicht genoeg voorbij hem kom lopen, slaat hij zijn voorpoten dreigend op het tuinhek en blaft totdat ik volledig uit zijn zicht ben. Zo, het is hem weer gelukt zijn territorium te bewaken, al ben ik nog nooit van plan geweest dat te betreden. 

Onlangs had de Mechelse herder een probleem. Ik kwam van rechts en zag hem al overeind komen. Maar van links kwam een moeder met kinderwagen. Net toen de hond tegen mij wilde blaffen, hoorde ik de moeder tegen haar dochtertje zeggen: “Zeg maar hallo tegen Kai. Dag Kai.” De hond heet dus Kai. De kindervriend in hem kwispelde naar hen en luisterde aandachtig naar het kinderstemmetje, maar de waakhond die hij ook wil zijn, hield zijn blik gericht op mij. En toen… toen gebeurde er helemaal niets, want kiezen uit twee mogelijkheden, was er een te veel voor Kai.

Sindsdien stel ik hem elke keer als we elkaar treffen voor dat dilemma. Nog steeds gaan de oren recht overeind staan als hij mij ziet en hij staat op. Maar als ik vlakbij ben, roep ik enthousiast: “Kai, Kai, hallo lieve hond.” Hij kwispelt niet, maar hij blaft ook niet. Vanochtend gebeurde dit weer en vroeg ik mij even af of een hond teleurstelling kent omdat hem een spelletje is afgenomen. Maar even later hoorde ik zijn dreigende geblaf alweer. Gelukkig, hij vond iemand die zijn naam niet kent.

Archief 2018