Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 5 - 39. Pooweezie [2/8]

vrijdag 08 februari 2019



De longlist-2019 van de Grote Poëzieprijs (opvolger van de VSB-Poëzieprijs) bestond uit de beste 15 van 150 tussen september 2017 en december 2018 verschenen poëziebundels. 

Onder die vijftien uitgaven: acht bundels waarover ik in mijn rubriek Gedicht Gedacht schreef: die van Simone Atangana Bekono (lees hier), Dean Bowen (lees hier), Radna Fabias (lees hier en hier en hier), Jacob Groot (lees hier), Ted van Lieshout (lees hier en hier en hier), Lieke Marsman (lees hier en hier en hier en hier), Willem Jan Otten (lees hier en hier en hier en hier en hier) en Miriam Van hee (lees hier en hier en hier).
Over de laatste bundels van zeven genomineerden schreef ik dus nog niet: Maria Barnas, Joost Decorte, Jonathan Griffioen, Roelof ten Napel, Xavier Roelens, Hans Tentije en Nachoem M. Wijnberg. 

Tijdens de finale, 6 februari, van de Turing Gedichtenwedstrijd (lees hier) maakte de vijfkoppige jury de shortlist bekend. Volgens het regelement moeten dat er vijf van die vijftien zijn, maar de jury kon niet kiezen en daardoor werden het er zes. 

Was de verhouding tussen wel en niet door mij besproken bundels op de longlist 8 tegen 7 (dus 53 procent kreeg mijn aandacht al), op de shortlist werd het: 2 tegen 4 (dus slechts 33 procent besproken).

De Grote Poëzieprijs – een geldbedrag van € 25.000 - wordt pas uitgereikt tijdens de 50ste editie van het Poetry International Festival, juni a.s. Genoeg tijd dus om die vier kanshebbers nog te lezen en er gedichten uit te kiezen. 
Barnas, Decorte, Ten Napel en Roelens – daar ga je. 


Archief 2019