Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 0 - 1. Werkhuisje Wim Kan

dinsdag 01 januari 2019



Gisteren in NRC-Handelsblad:


 Hieronder de volledige tekst:

Deurtje open, kacheltje snort

Wim Kan schreef zijn oudejaarsconferences vanaf 1954 in een oud tbc-huisje. Het schrijfhuisje heeft een nieuwe plek, in de tuin van 
Mieke Kerkhof.

Het is piepklein, het houten werkhuisje waarin cabaretier Wim Kan (1911-1983) zijn oudejaarsconferences schreef. Het voormalige tbc-huisje (met een draaischrijf konden de patiënten in de richting van de zon worden gedraaid) stond in de achtertuin van zijn woonhuis in Kudelstaart. Via een intercom kon Kan zijn vrouw Corry Vonk in het woonhuis om koffie vragen. Het huisje had uitzicht op de Westeinderplassen, door Kan omschreven als „één hectare absolute rust”. In zijn dagboek noteerde hij: „Deurtje staat open. Kacheltje snort.”

Kan had een toevluchtsoord nodig, bijvoorbeeld als hij zijn contracten met theaters niet kon overzien. Hij kon neerslachtig zijn. Hij schreef bij voorkeur ’s nachts zijn dagboeknotities, deze werden ‘nachtboeken’ genoemd, vanwege het pessimisme dat eruit sprak.
Na het overlijden van Kan en zijn vrouw werd Jan Hilverda, een Aalsmeerse bloemkweker, eigenaar van het woonhuis, dat hij liet slopen. Daarmee kwam ook het voortbestaan van het werkhuisje in gevaar. Frits Abrahams schreef er meerdere malen over op deze Achterpagina.

Frank Verhallen, directeur van het Bossche Koningstheater, belde met Youp van ’t Hek en met diens collega’s Herman van Veen en Paul van Vliet, die Kan goed hebben gekend. Gevieren stichtten zij een reddingscomité. Sindsdien heeft het huisje meerdere thuishavens gekend, overigens zonder de draaischijf, want die was al kapot voordat de bloemkweker het schrijfhuisje in bezit kreeg. Het stond in Den Bosch en enkele jaren, nadat Frank Verhallen het had laten restaureren, bij zijn woonhuis. Daar was het ook voor publiek toegankelijk.

Dit najaar begreep ik dat voor het huisje een nieuw onderkomen werd gezocht, vanwege een verhuizing van mijn vriend Verhallen. Ik ben dol op cabaret en, zoals mijn vrouw zegt, op „ouwe meuk met een goed verhaal”. Dus zei ik direct ja toen mij het huisje werd aangeboden. Inmiddels staat het in de achtertuin, ik schrijf er graag. Binnen hangt een verbleekte lp-hoes met daarop Kans foto, buiten kakelen drie kippen. Het uitzicht op de tuin is mooi, maar haalt het niet bij de Westeinderplassen. Het bureautje, de boekenkast en de absoluut niet-ergonomische stoel zijn origineel. Op verzoek is het huisje te bezoeken.

 

 

Archief 2019