Beeldgedicht


Panelen op dibont van 1.90 x 1.20 m

Vervaardigd in samenwerking met het Bossche communicatiebedrijf Ambitions.

Frank Verhallen kiest daarvoor een favoriet gedicht uit de Nederlandstalige poëzie
of hij schrijft er zelf een!

Koos Suylen is namens Ambitions verantwoordelijk voor het ontwerp van de eerste drie.
Frank Hoevenaars tekent, namens zijn bedrijf Sign, vanaf het begin voor de uitvoering. 

Voor het beeld van de eerste drie beeldgedichten en het ontwerp en beeld van het vierde
paneel was Mo van Hal verantwoordelijk.

Uiteindelijk zullen minimaal zeven van zulke beeldgedichten een plek krijgen rond Het Rode Huis.

Beeldgedicht 1

Het kind en ik

Ik zou een dag uit vissen, 
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.

Maar toen heeft het gechreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

Martinus Nijhoff, 1934

Beeldgedicht 2

Frank Verhallen, 2 november 2014

Beeldgedicht 3

Ik heb nooit

Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

ondertussen beet de kou mij
was de zon een dag vol wespen
was het brood zout of zoet
en de nacht zwart naar behoren
of wit van onwetendheid

soms verwarde ik mij met mijn schaduw
zoals men het woord met het woord kan verwarren
het karkas met het lichaam
vaak waren de dag en de nacht eender gekleurd
en zonder tranen, en doof

maar nooit iets anders dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

het regent ik drink ik heb dorst

Gerrit Kouwenaar, 1958

Beeldgedicht 4

Kieri

Je was half zo oud als je werd en je was kwijt.
Een uur lang wrong de vrees: nu is dus alles over.
Vandaag herinner ik me m'n wanhoop en doof er
't besef mee hoe je opgaat in voorbije tijd.

Opeens was je er weer. Vrolijk, want tegenover
mijn opgekropte woede, angst stond jouw bereid-
heid dit ogenblik aan te zien als futloos feit.
Een dier als jij leeft liefst als mooi-momentenrover.

Toch is er toen, op die namiddag, iets gebeurd,
waardoor wij ons veel beter tot elkaar verstonden:
je genas zelfs van wat jouw vroegste jeugd verwondde

en gold sindsdien als allertrouwste Hond der Honden.
Ook nadat jouw lief lijfje dof en stram verkleurt.
Zelfs nu jouw leven wreed van ons is afgescheurd.

Frank Verhallen, 2015

Beeldgedicht 5

Gedrag

Iemand laten wachten op een hoek
een jaar of twaalf, iemand de wind
uit de zeilen nemen, die wind verkopen
aan de eerste de beste, iemand je
reservehart schenken, iemand geen
verdriet gunnen, maar wijzen op
zonlicht, boeken, boterbloemen,
het dan opgeven, iemands angsten
verklaren, iemands dromen in een
aanrechtkast bewaren, iemands band
niet oppompen, iemands verleden in-
lopen zonder kloppen, iemand liefhebben
om wat iemand had kunnen zijn,
allemaal water in dezelfde wijn.

Ed Leeflang, 1979
 

Beeldgedicht 6

Vraag

Hoe is dat zo geworden
Van altijd blijven slapen
Tot nooit meer willen zien?

Judith Herzberg, 1968

Beeldgedicht 7

Nader

Mijn hele jeugd bestond jij in die zwarte foto,
net zoals mijn broer, samen starend van de schouw,
symbool van ramp en onophoudelijke rouw
en zo volstonden jullie blikken pars pro toto.

Pas veel later groeide mijn moeder uit de vrouw
die ik slechts kende als jouw levende Ex Voto.
Ik vond mijzelf terug als jullie laatste loot, o,
hoe zocht ik ons sindsdien in elk beeld van jou.

Op deze dag word ik precies zo oud als jij
was toen je stierf en ik doordring mijn eigen kader.
Weining ligt voor mij, het mooiste is ver voorbij.

Ontmoeten zal ik jou echt nooit, mijn lieve vader:
het hiernamaals is een leugen, dus niets voor mij.
Toch merk ik: elke dag kom ik jou na en nader.

Frank Verhallen, 15-2-2015

Beeldgedicht Extra


Aan de voorzijde (zijgevel) van Het Rode Huis hangt nog een beeldgedicht: Lijsterbessen, van Rutger Kopland. 
Een matglazen wand (220 x 150 cm) met het gedicht erin gegrafeerd.

Juli 2013 verdween de Poëzieserre van Boekhandel Heinen te 's-Hertogenbosch en daardoor was er daar geen plaats meer voor dit paneel. Medewerkster Dianne van Abeelen en voormalig directeur Ton Meulman en zijn vrouw Ineke benaderden Het Rode Huis met de vraag of het zich erover wilde ontfermen. Een hele eer. 

Lijsterbessen

De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizenden tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel

Rutger Kopland, 1966